donderdag 25 juni 2009

Gissen naar de kiem

Elize at in ’t groen priëel
En Piet, de tuindersknecht,
Bond Dahlia en Anjelier
Aan stam en tuinstok recht.
Hij zag hoe Lize, nu en dan,
Terwijl zij bloost en lacht,
De kleine kromgebogen hand,
Naar zeker plaatsje bracht.

Als werd zij door een jeuk geplaagd,
Die telkens weer ontstond,
Woelt zij al krabbend met de hand,
Op ’t eerzaam kleedje rond.
De tuindersknaap, een loze gast,
Meer denkend dan hij ziet,
Gist naar de kiem van Lize’s kwaal
Op d’eerste aanblik niet.

-«Wat deert u, juffer?» vraagt de knaap;
«Gij krabt zo met uw hand,
Straks liep er nog een grote spin,
Daar bij uw voet in ’t zand…»
Het meisje schrikt, en weder vat
Zij ’t lieve plekje aan;
-«O Hemel!» roept zij angstig, «dan
Is ’t beest hier ingegaan!

Daar binnen jeukt en prikt het, och!
Mama!» –«Bedaar, juffrouw!
Wanneer gij heenging vrees ik dat
Zij hoger kruipen zou.
Ik weet een middel zeer probaat,
En dat geneest u wis;
Laat mij eens voelen of de spin
Al diep gekropen is…»

-«O Pieter!» zucht het lieve kind
En sluit beschaamd het oog;
Des tuinders hand klimt ongestoord
Langs kuitje en dij omhoog.
Zij woelt daar in het kroezig haar
En sluipt het plekje in,
Waar ’t allerzoetste vruchtje schuilt,
Gekweekt door jeugd en min!

-«Dat doet mij goed!» zucht Lize, «toe!...»
-«Daar zit het dier,» zegt Piet.
«Het kruipt al dieper; wacht nu, dit
Weerstaat het zeker niet»
Hij klemt zich dichter tot haar aan
En Lize voelt verrukt,
Hoe hij een vinger, dik en lang,
In ’t jeukend plaatsje drukt…

Een vloed, die ’t gloeiend prikklen koelt,
Stroomt krachtig in haar schoot,
En ’t lieve meisje smaakt een vreugd,
Zoals zij nooit genoot.
-«Hoe heerlijk!» fluistert zij, en laat
De knaap gerust begaan;
Daar klinkt een gil, en Lize ziet,
Haar moeder voor zich staan.

-«Mijn kind!... o schande!...» roept zij uit,
«De tuinder!... godgeklaagd!...»
-«’t Is niets mama! » zegt Lize, «Piet
Heeft maar een spin verjaagd.
Hij heeft een middel, o zo goed,
’t Is van een vreemd fatsoen,
’t Bevalt u zeker, maatjelief,
Laat hij ’t u ook eens doen!...»

De spin
uit: Aan de tedere kunne : erotische gedichten - Pieter Boddaert jr.

____