Niemand was in hem; achter zijn gelaat (dat zelfs op de slechte schilderijen van die tijd aan geen enkel ander doet denken) en achter zijn woorden, die weelderig, fantastisch en opgewonden waren, zat niet meer dan een beetje kou, een droom die niet door iemand werd gedroomd. Aanvankelijk dacht hij dat alle mensen waren zoals hij, maar de verwondering van een vriend die hij over die leegte aansprak, maakte hem zijn vergissing duidelijk en doordrong hem er voorgoed van, dat een individu niet mag verschillen van zijn soort. Hij had wel eens gedacht dat hij in de boeken een middel zou vinden tegen zijn kwaal, dus leerde hij het weinige Latijn en het nog schameler Grieks dat een tijdgenoot zou memoreren; later meende hij dat wat hij zocht wel eens in het uitoefenen van een elementaire rite van de mensheid kon schuilen en hij liet zich inwijden door Anne Hathaway, tijdens een lange juni-siësta. Toen hij in de twintig was, ging hij naar Londen. Instinctief had hij zich al aangeleerd te veinzen dat hij iemand was, om te voorkomen dat zijn ware conditie, die van niemand, werd ontdekt; in Londen vond hij het beroep waarvoor hij was bestemd, dat van een acteur die op het toneel speelt dat hij een ander is, ten overstaan van samengekomen personen die spelen dat ze hem voor die ander houden. Zijn werk bij het toneel leerde hem een uitzonderlijk geluk kennen, misschien het eerste dat hij ervoer; maar zodra het applaus voor de laatste dichtregel had geklonken en de laatste dode van het toneel was gehaald, overviel hem opnieuw de gehate smaak van de onwerkelijkheid. Dan was hij niet langer Ferrex of Tamerlan maar werd hij weer niemand. In zijn benardheid ging hij andere helden en andere tragische fabels verzinnen. En terwijl het lichaam zijn lot als lichaam vervulde in Londense bordelen en taveernen, was de ziel die het bewoonde Caesar, die doof is voor de waarschuwingen van de waarzegger, en Julia, die de leeuwerik verfoeit, en Macbeth, die op de onherbergzame heide praat met heksen die tegelijkertijd schikgodinnen zijn. Niemand was zoveel mensen als die mens, die evenals de Egyptenaar Proteus alle verschijningsvormen van het zijn kon uitputten. Soms liet hij in een verborgen hoekje van zijn werk een bekentenis los, in het vertrouwen dat niemand die zou ontcijferen; Richard zegt dat hij in de ene persoon die hij was de rol van velen speelt, en Jago spreekt de merkwaardige woorden
ik ben niet die ik ben. Het fundamentele samenvallen van bestaan, dromen en uitbeelden gaf hem beroemde passages in.
Twintig jaar lang volhardde hij in die gerichte waan, maar op een ochtend kwamen walging en afschuw over hem omdat hij zoveel koningen was die sterven door het zwaard en zoveel ongelukkige geliefden die elkaar vinden, uiteengaan en melodieus hun doodstrijd strijden. Nog die zelfde dag besloot hij zijn theater te verkopen. Binnen een week was hij teruggekeerd naar zijn geboortedorp, waar hij de bomen en de rivier van zijn kindertijd terugvond en hij verbond ze niet met die andere die de muze had verheerlijkt, illuster als ze waren door mythologische toespelingen en Latijnse woorden. Hij moest iemand zijn; hij was een impresario in ruste die fortuin heeft gemaakt en zich interesseert voor geldleningen, handelszaken en bescheiden woeker. Vrienden uit Londen bezochten hem regelmatig in zijn toevluchtsoord en voor hen hernam hij zijn rol als dichter.
De geschiedenis vermeldt verder dat hij zich, voor of na zijn dood, in het aangezicht van God wist en tegen Hem zei:
Ik, die vruchteloos zoveel mensen ben geweest, wil één mens en ik zijn. De stem van God antwoordde vanuit een wervelwind:
Ook ik ben niet; ik heb de wereld gedroomd zoals jij je werk hebt gedroomd, mijn Shakespeare, en tussen de gedaanten van mijn droom bevind jij je, die evenals ik velen bent en niemand.
Everything and nothing
uit:
De maker - Jorge Luis Borges

____