Als de criticus literatuur besprak, dan ontleende het stuk zijn gezag aan de mate waarin hij erin slaagde het boek in kwestie in verband te brengen met zijn eigen ideeën over wat literatuur was of kon zijn, en vooral met helder geformuleerde inzichten over het menselijk leven, de menselijke natuur, de maatschappij, kortom, zijn gezag viel samen met zijn passie en deskundigheid als letterkundige en met het belang van zijn intellectuele duiding van wat er in de literatuur – en niet alleen in dit ene werk – gebeurde. Een criticus volgde je niet alleen om zijn oordelen over boek x of y, maar om zijn eigen literaire, levensbeschouwelijke en maatschappelijke denkbeelden. Uit de kranten en tijdschriften, van de radio en televisie zijn zulke stemmen verdwenen.
Ik besef heel goed dat dit een beschrijving van een ideaaltype is. In de praktijk bleef er van dat hoge ideaal niet altijd veel over. In het slechtste geval produceerden critici opgeblazen geborneerde lulkoek. En die gaf dan weer aanleiding tot tegenwoordig slecht te begrijpen en doodvermoeiende polemieken. Maar of ze nu echt onafhankelijke en creatieve denkers waren of incompetente jaloerse Wichtigmacher, critici konden werkelijk groot gezag hebben. Mensen die de literatuur volgden, dachten, lazen, interpreteerden, beleefden literatuur langs de lijnen die gezaghebbende schrijvers en critici uitzetten. Ik zet dit met opzet wat aan, want laten we wel wezen, het is ook een enorme opluchting dat die tijd voorbij is. Lees Mandarijnen op zwavelzuur van W.F. Hermans om te zien hoe sterk in de jaren vijftig het verlangen werd om van zulke autoritaire en priesterlijke figuren af te komen. En met wat voor sardonisch plezier die bevrijding gevierd kon worden.
Met de jaren zestig en de democratisering en popularisering van de cultuur die toen op gang kwamen, is het uitsterven van de gezaghebbende criticus sterk versneld. Kees Fens deed misschien wel als laatste het licht uit en deed dat in stijl, bescheiden, fragmentarisch, in bedrieglijke eenvoud, met ironie en weemoed.
De lezers van vandaag worden geacht eigenwijze en kritische consumenten te zijn, die hun eigen voorkeuren en interesses vormgeven op basis van de aangeboden productinformatie en reclame. Autoriteiten hebben het vandaag de dag sowieso moeilijker om enig ontzag in te boezemen, en als het om cultuur, kunst of literatuur gaat, al helemaal. Wat leuk, boeiend en mooi, belangwekkend en ontroerend is, maken we zelf wel uit, denken we.
____
