Op den duur, door hem vaak te zien op verschillende plaatsen en tijdstippen, kan de foto een icoon worden, een vast beeld. Het gebeurt bij de ingelijste foto’s die in een leefruimte hangen, de porseleinen foto’s op een graf, op postzegels, als screensaver op het computerscherm, op de mobiele telefoon, de foto in de portefeuille, de staatsiefoto in openbare ruimten. Een mens kan niet zonder standaardbeelden. Ik werkte mee aan een project van De Balie in Amsterdam waarbij men scholieren niet alleen een leeslijst zou bezorgen van boeken die door iedereen gekend en gelezen zouden moeten worden, maar ook een fotolijst van enkele foto’s die iedereen zou moeten kennen. Deze lijst werkt veralgemenend en kan het gemeenschapsgevoel en de communicatie bevorderen, omdat men dan kan refereren naar iets wat velen kennen. Maar ook voor iedereen apart kan het helend zijn om enkele foto’s als een basisbeeld te hebben. Ze kunnen een ijkpunt zijn in de tijd. Ze kunnen de kijker bewust maken van het feit dat het ouder worden niet rechtlijnig verloopt, maar in schokken, in verhouding tot de dingen die gebeuren, de liefdes, de ziekten, een kind of een hond.
Oude analoge foto’s worden bleker en grijzer. Dat heeft te maken met chemie. Met de technische evolutie van digitale foto’s hebben we nog weinig ervaring, behalve één element: mensen vergaan sneller dan foto’s. We zullen niet weten hoe het afloopt.
____