zondag 23 augustus 2009

Scepsis over het project van de verlichting van het publiek

In de moderne periode hield de elite er de opvatting op na dat het publiek niet tot begrip van de grote waarheid bij machte was en diepe inzichten niet kon bevatten. De door Plato beschreven opinie van Socrates dat ‘een menigte onmogelijk wijsgerig ingesteld kan zijn’ werd door intellectuelen uit de oudheid en de premoderne periode zelden aangevochten. De Verlichting vocht deze voorstelling van het publiek wel aan, en dat behoort tot haar belangrijkste erfgoed. De meerderheid van de verlichtingsdenkers had nog altijd een lage dunk van de verstandelijke vermogens van het publiek en meende dat het vermogen tot wetenschappelijk denken zich tot leden van de elite beperkte. Deze denkers koesterden echter ook de opvatting dat het mogelijk was de massa te onderrichten en geleidelijk te verlichten. Vanaf het midden van de negentiende eeuw won het geloof aan kracht dat de elite de plicht had het volk te verlichten. Dit project werd door de moderne intellectueel gretig omarmd en bleef de culturele elites tot de jaren zeventig van de vorige eeuw motiveren.
Een van de kenmerkende eigenschappen van het huidige, zogenaamde postmoderne tijdperk is het wegvallen van de overtuiging dat het publiek kan worden verlicht. Scepsis over het project van de verlichting van het publiek wordt echter zelden in coherente en expliciete vorm geuit. In een periode van sociale integratie en participatie kan twijfel aan de vermogens van de bevolking niet duidelijk en open worden uitgesproken. We leven in een tijdperk waarin duidelijke uitspraken over de capaciteiten van mensen worden vertroebeld door termen als ‘leerlingen die extra aandacht behoeven’ en ‘andersbegaafden’. Dit verwarrende taalgebruik co-existeert met de retoriek van de vleierij, waarin iedereen tot bijzonder en creatief wordt uitgeroepen. Het spreekt in een tijd waarin normale universitaire studenten als kwetsbaar worden beschreven echter vanzelf dat men geen hoge dunk van de geestelijke vermogens van het publiek heeft.
Door de bevolking te vleien kan de culture elite haar traditionele rol tegenover het publiek vermijden. Aangezien de mensen blijkbaar zeer creatief zijn en hun alledaagse levens erg veel belangrijke inzichten opleveren, zou het zinloos en arrogant zijn wanneer een elite de last op zich nam het publiek te verlichten. In plaats van de verbeelding van het publiek te cultiveren is de culturele elite haar gaan bevestigen en ophemelen. Het erkenningsbeleid stelt de gevestigde orde in staat een punt van contact met de bevolking te scheppen en de confrontatie met haar eigen legitimatieprobleem te vermijden.

uit: Waar zijn de intellectuelen? - Frank Furedi

____