dinsdag 15 september 2009

Een Nederlands boek heeft niets Nederlands

Een van de dingen die in dat stuk van die filosoof uit Groningen [Lolle Nauta] te sprake komen is de van tijd tot tijd opduikende vraag hoe het komt dat de Nederlandse literatuur in het buitenland zo weinig bekend is. Een van de antwoorden op die vraag is dan altijd dat het Nederlands zo’n klein taalgebied is. En het antwoord op dat antwoord is altijd dat de Scandinavische landen nog kleinere taalgebieden hebben en dat nochtans de literatuur van die landen wereldberoemd is. Iedereen heeft gehoord van Martin Andersen Nexö, van Knut Hamsun, van Henrik Ibsen, van Strindberg, van Selma Lagerlöf, van Hans Christian Andersen, van Sören Kierkegaard – maar je komt heel zelden een Amerikaan tegen die de naam Vondel of Multatuli of Elsschot iets zegt, of Gorter of Nescio of Couperus. Aan het kleine taalgebied kan het dus niet liggen, dat bewijzen de Scandinaviërs. Waarom kent dan niemand buiten onze landsgrenzen de Nederlandse literatuur?
Ik meen te weten hoe dat komt. Althans, ik heb over deze kwestie een theorie, en die theorie zal ik u gauw even uitleggen. Een literatuur van een land geniet belangstelling bij het buitenlandse publiek als er enige overeenkomst is tussen het beeld dat het buitenlandse publiek van zo’n land heeft en wat er in de boeken staat die uit dat land komen. Een voorbeeld. Wie aan Engeland denkt, denkt aan pubs, die op bepaalde uren open zijn en op bepaalde rare uren dicht, aan de Engelse aristocratie die tuinfeesten geeft waarop men komkommersandwiches eet, aan jongenskostscholen waar barre toestanden heersen, aan Schotse hooglanden met mist, aan de universiteiten van Oxford en Cambridge, aan het Lagerhuis, aan Downingstreet 10, aan plumpudding en Engelse landhuizen met open haarden waar je vlak tegenaan moet staan om niet te bevriezen, aan de sloppen van Londen, aan doodarme mijnwerkers, aan pijprokende plattelandsgeestelijken.
En wat zien wij? Als je een Engelse roman opent, dan komt er altijd wel iets van de dingen die ik daarnet noemde in voor. Denk je aan Scandinavië, dan denk je aan fjorden, eeuwig zingende bossen, sneeuw, aquavit, zwijgende Zweden, stugge Noren, geborduurde jurken, rendieren en koningen die allemaal Gustaaf Adolf heten. Open je een Zweedse of Noorse roman dan vind je altijd iets van die dingen in die roman terug.
Hoe zit het nu met Nederland? Bij Nederland denkt de buitenlander aan molens, klompen, strijd tegen het water, polders, jenever, drugs, misdaad, Rembrandt, de Afsluitdijk, Madurodam, de Keukenhof, Vincent van Gogh, Marken en Volendam. Welnu, als je een Nederlandse roman leest, dan vind je helemaal niets van dat alles terug. Een Nederlands boek heeft niets Nederlands. De Max Havelaar speelt in Indonesië. De boeken van Willem Elsschot spelen in Parijs en Antwerpen. De boeken van Couperus spelen in de Oudheid, in Indië, of in Den Haag. De buitenlander heeft niets Hollands om zich aan vast te houden. Kortom, de Nederlandse literatuur heeft geen banden met de voorstelling, die men zich in het buitenland van Nederland maakt, en daarom worden onze schrijvers in het buitenland weinig gelezen.

Nederlands boek in het buitenland [fragment]
uit: Luisteraars! - Karel van het Reve

____