maandag 14 september 2009

Knopenkunde, waterwijsheid, vuurvaardigheid

Maar ik was graag padvinder. Ik werd geraakt door de verheven taal waarin we onze trouw zwoeren aan de kuise ridderlijke fantasieën van lord Baden-Powell. In mijn uniform, zakkig en kaal als het was, voelde ik me een soldaat. Ik begon een serieuze studie te maken van de rangen en eretekenen die de ambitieuze verkenner kon verwerven, en stelde kalenders met deadlines op om mijn opmars van padvinder derde klas tot voortrekker te plannen. Ik ontwikkelde het oog van een kelner: wanneer we andere troepen ontmoetten om te wedijveren in de diverse vaardigheden kon ik hun uniformen in één oogopslag monsteren en wist ik precies wie wie was. Het hoofddoel van de padvinderij was in mijn ogen het vergaren van symbolen die respect, of op zijn minst beleefdheid, afdwongen bij degenen die deze symbolen deelden, en afgunst bij degenen die ze nog ontbeerden. Opvallende daden van vaderlandsliefde en trouw, knopenkunde, waterwijsheid, vuurvaardigheid, eerste hulp, alle kennis van bos, bergen en rivieren zag ik louter als diverse manieren om insignes te halen.
Dwight gaf me Skippers oude verkennershandboek, Handbook for Boys, dat al achterhaald was toen Skipper het had, een editie uit 1942 vol afbeeldingen van ‘Strijdende Verkenners’ die zee en lucht afspeurden naar Duitse onderzeeërs en Japanse bommenwerpers. Ik las bijna elke avond in het handboek, op zoek naar makkelijke insignes als Indiaanse folklore, boekbinden, reptielenkennis en persoonlijke hygiëne (‘Toon juiste manier van tanden poetsen en bespreek het belang van gebitsverzorging…’). De insigne-index werd gevolg door advertenties voor officiële padvindersartikelen, en een lijst van de Bedrijven Die Maken Wat Jij Nodig Hebt, waaronder Coca-Cola, Eastman Kodak, Evinrude en Nestlé (‘Het Noodrantsoen van de Padvinder’), en ten slotte een sectie onder de titel Naar Welke School. De scholen waren meest militaire academies met klinkende dubbele namen. Carson Long. Morgan Park. Cochran-Bryan. Valley Forge. Castle Heights.
Ik hield ervan al die advertenties te lezen. Ze vormden een natuurlijk onderdeel van het handboek, waarin de padvindersgeest en de handelsgeest vrijelijk, en vaak zonder waarneembaar onderscheid, met elkaar verkeerden. ‘Wat de padvinder ís bepaalt zijn succes in elke willekeurige bedrijfstak waarin hij een carrière nastreeft en padvindersidealen staan voor succes in het bedrijfsleven.’ Suggesties voor goede daden werden in een register opgesomd, zodat de padvinder ze na verrichting kon aankruisen: Buitenlandse jongen geholpen met Engelse grammatica. Geholpen een brandend veld te blussen. Kreupele hond water gegeven. Hier kon zelfs een duistere onderneming als zelfonderzoek gepresenteerd worden als een boekhoudkundig probleem; ‘Wat voor algemeen waardecijfer zou ik mezelf mogen toekennen op een schaal van 1 tot 100?’
Ik hield van al die cijfers en lijsten, omdat ze een duidelijke mogelijkheid boden de materie meester te worden. Maar wat me het meest beviel aan het handboek was de stem die eruit klonk, de rondborstige, ferme taal waarmee werd geprobeerd een brave jongen als avontuurlijk voor te stellen, romantisch zelfs. De padvindersgeest werd herleid tot koning Arthurs ronde tafel, en vandaar doorgetrokken naar de ontdekkingsreizigers, pioniers en krijgslieden wier veroveringen het resultaat waren van oprechtheid en een zindelijke levenswijze. ‘De man die zich overgeeft aan frivole genoegens weet niet van doorbijten. Hij wordt snel moe. Hij is het type dat gewoonlijk op het kritieke moment de moed verliest. Hij kan geen ontberingen verduren en desondanks blijven glimlachen.’
Ik gaf gewillig toe aan die kameraadschappelijke stem, terwijl ik het deed vergetend dat ik niet het soort jongen was tot wie die stem zich richtte.
Boy’s Life, het officiële padvindersblad, had dezelfde uitwerking op me. Ik las het in trance, zonder vragen gehoor gevend aan de bedwelmende uitnodiging om te geloven dat ik werkelijk niet verschilde van de jongens met durf en pit die erin werden verheerlijkt. Jongens die schatten uit Spaanse galjoenen boven water haalden en lege schuren ten nutte maakten door er operationele vliegtuigen in te bouwen. Jongens die naar de Noordpool skieden. Jongens die solo rond Kaap Hoorn zeilden. Jongens die levens redden en werden opgenomen in wilde stammen, en hun eigen studie bekostigden door op pelsdieren te jagen in de wildernis. Over die jongens lezend werd ik rusteloos, koortsig van de plannen.
Mijn moeder had me toegestaan de Winchester mee te nemen naar Chinook. Als ik alleen thuis was trok ik soms mijn padvindersuniform aan, hing het geweer over mijn rug en oefende dan Indiaanse gebarentaal voor de spiegel.
Honger.
Broeder.
Eten.
Willen.
Groot Mysterie.

uit: De jongen die ik was - Tobias Wolff

____