____
woensdag 16 september 2009
Ter ontkenning van de mogelijkheid van verkrachting
De overtuiging dat in verkrachtingsgevallen de vrouw, bewust of onbewust, altijd ongelijk had, dat zij hoe dan ook een provocatie vertegenwoordigde, was diep geworteld en kwam automatisch boven. Als voorbeeld, als legende en mythe met een groot waarheidsgehalte deed de anekdote de ronde (afhankelijk van de plaats toegeschreven aan een van de vele in die tijd beroemde advocaten, maar bij voorkeur een Napolitaan) van een zekere advocaat die, ter verdediging van een wegens verkrachting aangeklaagde man, aan een van de in de rechtszaal opgestelde carabinieri had gevraagd zijn sabel uit de schede te trekken en hem de schede toe te vertrouwen: en terwijl de carabiniere de sabel en de advocaat de schede in zijn hand hield, moest de carabiniere proberen de sabel opnieuw in de schede te steken terwijl deze door de advocaat langzaam, bijna onmerkbaar heen en weer werd bewogen. Daar de carabiniere er niet in slaagde, verkreeg de advocaat vrijspraak voor zijn cliënt. Metafoor die het buitengewoon goed deed elke keer als er, ter ontkenning van de mogelijkheid van verkrachting, een beroep op werd gedaan (en ik meen me te herinneren dat dezelfde metafoor in de Duizend en één nacht herhaaldelijk opduikt, maar in speelse zin). Het valt echter te betwijfelen of ze uitwerking heeft gehad op de rechters, wanneer men in hen het niet bepaald uitzonderlijke begrip veronderstelt dat het misdrijf van verkrachting niet eenvoudigweg bestaat in de door de metafoor uitgedrukte daad, maar in alles wat er aan bedreigend onverwachts en gewelddadigs aan voorafgaat.
