Het bronnenonderzoek van een ideale biografie is deugdelijk, en in het geval dat orale bronnen zijn gebruikt, is wederhoor toegepast en kan elke bewering naar een bron herleid worden. Dat zijn normen uit de journalistiek en de geschiedwetenschap. Verder moet het particuliere iets over de publieke wapenfeiten van de held verduidelijken. De uitgebreide aandacht voor het verborgen homoseksuele leven van J. Edgar Hoover in diens biografie is dus respectabel en zelfs noodzakelijk omdat die kant van zijn leven belangrijk is om zijn decennialange werk als chef van de FBI te kunnen beoordelen. Hoover beschouwde homoseksualiteit van overheidsfunctionarissen immers als een regelrecht gevaar en een ondermijning van de staat. Dat komt allemaal in een ander daglicht te staan, nu we weten dat hij zelf van de herenliefde was.
Een goede biograaf streeft niet naar compleetheid; niets is zo vervelend als een biograaf die elk gevonden feitje wil verwerken, maar wel probeert hij antwoorden te formuleren op de door hemzelf gestelde onderzoeksvragen. In die onderzoeksvragen is het maar beter bescheiden te zijn. Een biografie heeft een beperkte houdbaarheidsdatum en de houdbaarheid zal niet verlengd worden door almaar meer ambitieuze onderzoeksvragen te stellen. Bij een actuele vraagstelling is de kans het grootst dat de eigentijdse lezer een biografie waardeert, en zonder contemporaine waarde is er voor een biografie geen toekomst.
uit: De zeven hoofdzonden van de biografie : over biografen, historici en journalisten - Hans Renders


____