‘In het algemeen moet je zeggen: “Het gebeurt door vorm en beweging”, want dat is waar. Maar zeggen welke, en de machine in elkaar zetten, dat is belachelijk. Want het is nutteloos en onzeker en inspannend. En al zou het waar zijn, dan nog vinden wij de hele filosofie geen uur inspanning waard.’
Als je van dat beginsel doordrongen bent geraakt en het je volledig eigen hebt gemaakt, weet je dat de wereld verklaren niets anders is dan hem beschrijven. Er een zo nauwkeurig mogelijk en algemeen mogelijke beschrijving van geven. De entiteiten definiëren zonder het geniale beginsel uit het oog te verliezen dat Willem van Occam een paar eeuwen geleden heeft geponeerd, namelijk: het aantal daarvan ‘niet groter maken dan nodig’. Tussen die entiteiten relaties definiëren, die meestal, maar niet altijd, mathematisch zijn. Die mathematische relaties met elkaar combineren om er nieuwe mee te construeren, volgens de principes van de logische bewijsvoering. Ze zonder te verslappen aan de empirische methode onderwerpen. Als de empirie de theorie weerspreekt, moet je besluiten tot een paradigmawisseling; tot de constructie van nieuwe entiteiten.
Maar nooit probeer je ‘de machine in elkaar te zetten’; nooit laat je je verleiden tot de vraag wat er achter de fysieke entiteiten zit die je hebt gedefinieerd; of het om materie gaat, of om geest, of om een ander mentaal aggregaat dat in de menselijke verbeelding zou kunnen opkomen. Je neemt kortom afscheid, en voorgoed, van de metafysische vragen.
Vanaf dat moment ben je positivist en kijk je met een zekere glimlach (een lichtelijk geringschattende glimlach, dat geef ik toe) naar de diverse metafysische systemen dan wel spiritualistische signatuur die de geloofsmarkt onderling verdelen.
Die geringschattende houding is in wezen niettemin een bescheiden houding, een houding van gehoorzaamheid aan de enige, niet bepaald vrolijke principes die de mens in zijn zoektocht naar de waarheid nog nooit hebben bedrogen: empirie en logische bewijsvoering. Saaie principes, die nooit een revolutie of enthousiaste steunbetuigingen zullen ontketenen.
Michel Houellebecq, 10 april 2008 [fragment]
____
