Het werd al lichter, onder de weer gesloten oogleden kon ze de planeet Mars oranjerood zien koken en kolken als in een slechte sf-film met blikken golems en vonken stralende klapperpistooltjes – en zij speelde mee, een stenen golem met nog altijd basaltbenen, stijf verpakt in cellofaan. Wat was de houdbaarheidsdatum? Er zij licht, maar hoe moet het dan verder met een lichaam van steen, dat de geest elke dienst weigert? Doe het zelf maar, teefje trut, ga vooral je eigen gang, maar laat mij erbuiten.
Een vage smaak van aardbeienijs in de mond. Waarom had ze het koele meer de rug toegekeerd, was ze de heuvels en de berg overgegaan?
Omdat een kind op een driewieler dat ooit gezegd had.
Waar was Silbering als je hem nodig hebt? Ze moest geduld hebben, had hij eens in een vorig leven gezegd. Het werd dag en zij moest het verdomme weer eens helemaal alleen doen.
____
