donderdag 29 oktober 2009

Waar was de 'bruksanvisnung' in zestien talen?

Een dunne lijn van licht. Geen landschap met zonsopgang, maar de scheiding tussen haar oogleden, wazig door haar wimpers; de rest van haar was nog in diepe afwezigheid, armen en benen als dode bergruggen van basalt, klippen waarop zeeën zich te pletter liepen, als die er waren geweest en dat van dat basalt ook waar was geweest. Nee, ze was nog verpakt in een vlies, cellofaan van fabriekswege gebruikt tegen beschadigingen, waarvoor geen aansprakelijkheid werd aanvaard. Het vlies breken. Maar hoe? Waar was de bruksanvisnung in zestien talen, nu ze opnieuw Sieglinde Wielantz zou zijn? Herboren worden om echt dood te gaan, zo eenvoudig was dat niet.
Het werd al lichter, onder de weer gesloten oogleden kon ze de planeet Mars oranjerood zien koken en kolken als in een slechte sf-film met blikken golems en vonken stralende klapperpistooltjes – en zij speelde mee, een stenen golem met nog altijd basaltbenen, stijf verpakt in cellofaan. Wat was de houdbaarheidsdatum? Er zij licht, maar hoe moet het dan verder met een lichaam van steen, dat de geest elke dienst weigert? Doe het zelf maar, teefje trut, ga vooral je eigen gang, maar laat mij erbuiten.
Een vage smaak van aardbeienijs in de mond. Waarom had ze het koele meer de rug toegekeerd, was ze de heuvels en de berg overgegaan?
Omdat een kind op een driewieler dat ooit gezegd had.
Waar was Silbering als je hem nodig hebt? Ze moest geduld hebben, had hij eens in een vorig leven gezegd. Het werd dag en zij moest het verdomme weer eens helemaal alleen doen.

uit: De econome - Allard Schröder

____