Wu kon niet lezen.
Zuchtend maakte Seghers de enveloppe open. Er zat een uitnodiging in voor een feest ten huize van John Dan Die Zong, de echtgenoot van Grace Dan.
Avondkleding gewenst.
Hij liet zich terugvallen in bed. Hoop was een verslaving van non-valeurs, kopers van loterijbriefjes, speculanten, slechte kaartspelers, verliefde dwazen en nog veel meer idioten; toch maakte Seghers zich wijs dat de uitnodiging een aanmoediging was.
Chagrijnig stond hij op. Wat haalde hij zich in het hoofd, hij gedroeg zich als een bakvis. In zichzelf mompelend slenterde hij doelloos door het benedenhuis, wikkend en wegend, niet goed wetend wat hij moest doen. Kon hij niet beter naar Den Haag teruggaan, proberen zich te verzoenen met zijn vrouw en er voor de rest van zijn leven traag te worden en als oppassend burger langzaam achter de horren weg te deemsteren?
Den Haag was uitgesloten, evenals de rest van Europa, dat zich steeds meer leek voor te bereiden op een lange nacht. Werd het geen tijd zijn oude huid af te werpen en een ander te worden, iemand die niet voor het leven wegvluchtte naar de kaarttafel, wiens vrouwen niet van hem wegliepen, iemand die moeiteloos in staat zou zijn Grace Dan te verleiden – wat in dit geval zou betekenen: aan zijn wil onderwerpen. Zoals Freyler het ongetwijfeld had aangepakt; maar hij was Freyler niet en voelde er zich wat onbehaaglijk bij. Als hij de verhalen mocht geloven, wist de ander dankzij zijn onweerstaanbare uitstraling iedereen om zijn vingers te winden. Mo Dan, een al wat ouder ‘bloemenmeisje’ en de favoriete van een rietsuikerfabrikant in ruste, had bij madame Lin uitgeroepen dat Freyler als de zon was, die almaar warmte en licht gaf zonder daar minder van te worden. Ze hadden erom gelachen. Mo Dan drukte zich nu eenmaal graag pathetisch uit, maar Seghers had de vergelijking korzelig en met afgunst aangehoord.
’s Middags kwam Wu hem melden dat een heer hem wilde spreken. Hij gaf Seghers het visitekaartje. De ene kant was in het Japans, op de andere kant stond in Latijns schrift de naam van Hirohito Watanabe, secretaris aan het keizerlijk consulaat van Japan te Amoy.
____
