woensdag 18 november 2009

Kunt u ons misschien de gaten in uw CV verklaren?

De personeelsmedewerker die mij begroette was een puisterige eikel in een snel pak, met zoveel roos op zijn schouders dat het godverdomme wel een partij cocaïne leek. Ik had zó een opgerold wijfje in die lul zijn kippennek willen steken. Dat dweilerige porem met z’n etterpuisten verpest grondig het image dat die fluimerige natte scheet wil uitdragen. Zelfs in mijn zwaarste junktijd heb ik er niet zo erg uitgezien. Die kleine kutkrabber mag vandaag waarschijnlijk mee met zijn baas. Dat is die dikke, moeilijk kijkende rattekloot in het midden. Rechts van hem zit een manwijf met een koude glimlach om haar bek, in een streng mantelpak en met een laag plamuur op haar gezicht; net zo eng als die wijven in een catalogus.
Dit is wel erg zwaar geschut voor een baantje als portier, jezuskolere!
Hun openingszet is voorspelbaar. Die vette kloot kijkt me warm aan en zegt: ‘Ik zie op uw sollicitatieformulier dat u George Heriots hebt bezocht.’
‘Correct… ach ja, schooltijd, gouden tijd. Wat lijkt dat al weer lang geleden.’
Ik mag dan gelogen hebben op dat formulier, maar niet tijdens het gesprek. Ik heb nooit op George Heriots gezeten: toen ik leerlingmeubelmaker was bij Gillsland’s heb ik er wel ooit mee te maken gehad.
‘Houdt die ouwe Fotheringham nog steeds de wacht?’
Kut. Keuze uit twee mogelijkheden; één, ja, twee: hij is met pensioen. Nee, te riskant. Beetje vaag blijven.
‘Gôh, nu gaat u wel erg ver terug…’ lach ik. Die vetlul lijkt daar genoegen mee te nemen. Ik maak me zorgen. Ik heb het gevoel dat het gesprek al achter de rug is en dat die eikels me werkelijk die baan gaan aanbieden. De volgende vragen worden allemaal op prettige toon gesteld en zijn allerminst bedreigend. Mijn stelling is naar de kloten. Ze gunnen nog eerder een leerling van de MEAO met ernstige hersenbeschadiging een baan als nucleair ingenieur dan dat ze een carrièrefreak-met-doctorsbul aannemen als schoonmaker in een abattoir. Ik moet ingrijpen. Dit wordt rampzalig. Die vetlel beschouwt met als een ex-George-Heriot-leerling die aan lagerwal is geraakt en hij wil me helpen. Een geweldige misrekening, Renton, stomme lul die je daar staat.
Maar gelukkig is daar Puistelul. Dat kun je veronderstellen aangezien de rest van zijn lijf geheel is bedekt met levende pukkels. Hij begint zenuwachtig een vraag te formuleren: ‘Uhm… uhm… meneer Renton… uhm… kunt u, uhm, ons misschien de gaten in uw CV verklaren, uhm…’
Kun jij de gaten in je zinnen verklaren, kleine kutlul.
‘Ja, dat kan ik. Ik heb al geruime tijd een heroïneprobleem. Ik probeer voortdurend daarmee in het reine te komen, maar dat gaat ten koste van mijn werktijd. Ik stel er prijs op om open kaart te spelen en u dit, als mijn mogelijk toekomstig werkgever, te melden.’
Een meesterzet. Ze schuiven zenuwachtig heen en weer op hun stoel.
‘Tja, eh, bedankt dat u zo openhartig bent, meneer Renton… eh, er zijn natuurlijk nog andere kandidaten… dus nogmaals bedankt en u hoort nog van ons.’
Fantastisch. Die vetkwab omringt zich met een muur van ijselijke afstandelijkheid. Ze kunnen niet beweren dat ik het niet geprobeerd heb…

uit: Trainspotting - Irvine Welsh


____