‘Fiesta?’
‘Ja.’
‘Je kent me niet, maar ik ben een vriend van een vriend van jou.’
‘Een vriend van een vriend van mij?’ Ze hoorde country-and-western – Dwight Yoakams steenboorstem – op de achtergrond. ‘Wat is er? Wil je over stadslegendes praten?’
‘Wat?’
‘Laat maar. Wat kan ik voor jou doen? Ik heb het nogal druk.’
‘Ik weet waar je hooi kunt krijgen. Goed hooi.’
‘En waar mag dat dan wel zijn? De provincie Shangsi? Opper-Volta?’
‘Nee, gewoon in Westconston. Ik heb een vriend in Cooke City en zijn neef Björn heeft hooi. Het is daar niet zo droog geweest als hier.’
‘Twee of drie balen zeker?’
‘Mis. Hij heeft tachtig balen. Van die grote ronde, die duizendponders, waarvoor je een vorkheftruck nodig hebt om ze te verplaatsen.’
‘Even kijken of ik dit goed heb. Je vriend zit in Cooke City, Montana, en zijn neef met het hooi zit in Wisconsin.’
‘Hm-hm.’
‘Wat wil hij ervoor hebben?’ Hooi uit Wisconsin was duur.
De beller noemde een belachelijk laag bedrag, zeventig dollar per ton, de hooiprijs van drie jaar geleden.
‘Zal wel vol onkruid en distels zitten.’
‘Het is goed hooi. Je kunt erheen rijden en het bekijken. Maar je moet wel snel zijn. Hij kan het ieder moment kwijt zijn. Tot nu toe ben je de enige die ervan weet. ‘Hij gaf haar Björns telefoonnummer in Disk, Wisconsin.
‘En hoe komt het dat ik de gelukkige rancher ben die het nieuws over dit fantastische hooi te horen krijgt?’ zei ze, maar haar vraag bleef onbeantwoord, de verbinding was verbroken.
Ze vloog naar LaCrosse, huurde de laatste auto die op het vliegveld beschikbaar was en reed naar Disk. Björn Smith was een lange, magere blonde man van in de veertig met een rond hoofd en een oranje haakneus die hem op een zeemeeuw deed lijken. Hij liet haar het hooi zien, dat in een ruime, aangenaam geurende schuur lag opgeslagen. Het was eersteklas alfalfahooi, waar nog groen in zat. Ze trok er een handvol uit en bekeek het; de verhouding blad tot stengel was hoog, het was soepel en schoon. Ze zag dat het in het knopstadium geoogst was. Er ging niets boven alfalfahooi uit Wisconsin.
‘Eerste maaisel?’ vroeg ze.
Björn knikte. ‘Ik had het op de veiling voor meer kunnen verkopen, maar Deb zei dat je een vriendin was en dringend hooi nodig had. Ik neem aan dat jullie met ernstige droogte kampen daar in Wyoming?’
Ze trok sardonisch instemmend haar mondhoek op en betaalde hem ter plekke. Daar gaan bijna zes ruggen, dacht ze.
‘Ik zal het zo snel mogelijk door Deb laten ophalen,’ zei ze, terwijl ze de koopakte in haar portefeuille stopte.
‘Hoe eerder hoe liever. Ik wil hier weg.’
‘Stop je met boeren?’
‘Ja. Ik ga naar de filmacademie in Los Angeles.’
‘Zo! Om te leren hoe je films maakt?’
‘Inderdaad. Ik heb wel een paar ideeën.’
‘O,’ zei Fiesta. ‘dié hebben we allemaal wel.’ En vervolgens, wat vriendelijker, ‘Ik hoop dat het je lukt.’
Het doordruppeleffect [fragment]
____
