zondag 1 november 2009

Heel verdienstelijk geschoten

De kleine man stopte het geld in een zakje in zijn overhemd, en schudde zijn hoofd. ‘Kan ik niet voor zorgen. Probeer het nog eens bij Max. Ik denk dat ze de stad uit is, en ik ga ook weg, nu ik de poen heb. Want die kerels zijn niet makkelijk zoals ik al zei, en misschien heb ik niet zo goed geschaduwd…. Want ik word ook al door een of andere gozer in de gaten gehouden.’ Hij stond op, gaapte en zei toen: ‘Borrel?’
Delaguerra schudde zijn hoofd, keek toe hoe de kleine man naar de toilettafel liep en de ginfles oppakte, en een flinke hoeveelheid in een dik glas schonk. Hij dronk het glas leeg, en wilde het neerzetten.
Glas rinkelde in het raam. Er klonk een geluid als van een slappe klap met een handschoen. Een stukje glas viel op het onbedekte hout langs het kleed, bijna voor de voeten van Joey.
De kleine man bleef twee tellen bewegingloos staan. Toen viel het glas uit zijn hand, bonsde op de vloer en rolde tegen de muur. Toen begaven zijn benen het. Hij viel heel langzaam op zijn zij, en rolde even langzaam op zijn rug.
Uit een gat boven zijn linkeroog begon traag bloed over zijn wang te lopen. Dan vlugger. Het gat werd groot en rood. Joey Chills ogen keken wezenloos naar het plafond alsof die dingen hem in het geheel niet aangingen.
Delaguerra gleed langzaam van de stoel op zijn knieën en handen. Hij kroop langs het bed naar de muur bij het raam, stak daar zijn hand uit en voelde onder het overhemd van Joey Chill. Hij hield even zijn vingers tegen het hart, nam ze weg, schudde zijn hoofd. Hij hurkte laag neer, nam zijn hoed af, en stak behoedzaam zijn hoofd omhoog tot hij door een benedenhoek van het raam kon kijken.
Hij zag de hoge, blinde muur van een pakhuis, aan de overkant van een steeg. Hoog bovenaan waren hier en daar ramen, geen van alle verlicht. Delaguerra trok zijn hoofd weer omlaag en prevelde: ‘Geweer met geluiddemper waarschijnlijk. En heel verdienstelijk geschoten.’
Hij stak weer zijn hand uit, met enige schroom, en haalde het rolletje bankbiljetten te voorschijn. Hij ging terug langs de muur naar de deur, nog steeds ineengedoken, reikte omhoog, pakte de sleutel van de muur, opende die, ging rechtop staan, stapte haastig naar buiten en sloot de deur aan de buitenkant.
Hij liep door een smerige gang, en vier lage treden af naar een smalle lounge. De lounge was leeg. Er was een balie met een bel erop, maar er stond niemand achter. Delaguerra ging achter de spiegelglazen deur naar de straat staan en keek naar een houten pension waar een paar oude mannen in schommelstoelen op de veranda zaten te roken. Ze zagen er vredig uit. Hij bleef een paar minuten kijken naar ze kijken.
Hij liep naar buiten, zocht scherp kijkend haastig beide zijden van de straat af en liep langs de geparkeerde auto’s naar de volgende straathoek. Een eind verder nam hij een taxi en reed terug naar het biljartpaleis in Newton Street.
In de speelzaal brandde nu overal licht. Ballen klikten en tolden rond, spelers liepen heen en wer in een dichte mist van sigaretterook. Delaguerra keek rond en liep naar de man met de bolle wangen op een hoge kruk bij een kasregister.
‘Bent u Stoll?’
De rondwangige man knikte.
‘Waar is Max Chill heengegaan?’
‘Allang weg, man. Ze zijn maar tot honderd gegaan. Naar huis neem ik aan.’
‘Waar is dat?’
De rondwangige man wierp hem een snelle, flikkerende blik toe, die als een smalle lichtbundel over hem heenveegde.
‘Ik zou het niet weten.’
‘Delaguerra bracht een hand naar de zak waar hij zijn penning bewaarde. Hij liet hem weer zaken, probeerde hem niet te vlug te laten zakken. De man met de bolle wangen grinnikte.
‘’n Stille, hè? Oké, hij woont in het Mansfield-hotel, aan Grand Avenue.’

Spaans bloed [fragment]
uit: Moord is een koud kunstje - Raymond Chandler

____