Een nog ergere fout werd gemaakt door de Coleman Kartering van 1866, die vijfenzeventig vierkante kilometer uit het midden van Minnesota wegliet (onder andere Lake Wobegon), een fout die nog steeds voortleeft in de Coleman-Grenslijncorrectie, een plotselinge slingerbeweging die passagiers in vliegtuigen uit New York of Boston voelen als ze in het luchtruim van Minnesota afdalen.
Waarom de staat de kartering aan een stel drinkebroers uitbesteedde, is een raadsel. De ploeg van Coleman, met luitenant Michael Coleman aan het hoofd, was aan het leger van Grant verbonden geweest en had dat telkens opnieuw de verkeerde kant op gestuurd zodat Grants flanken voortdurend frontaal tegen Lee’s achterhoede opbotsten, totdat de unie-officieren leerden van het bevel ‘rechtstom!’ een draai van honderdtwintig graden te maken. Gouverneur Marshall beschouwde de kartering van 1866 als provisorisch – ‘Ze zal ons een goed, algemeen beeld van de Staat verschaffen, een basis waar we in de toekomst op kunnen voortbouwen,’ zei hij – maar uiteindelijk bleef het hier natuurlijk bij.
De kaart werd getekend door vier ploegen landmeters onder de leiding van Finian Coleman, nadat Michael zich bij de trek naar de goudvelden in Nebraska had aangesloten, en hij zette hen in de vier hoeken van de staat neer en dirigeerde hen landinwaarts. De contingenten die in het zuidwesten en noordwesten begonnen verplaatsten zich snel over vlak land, terwijl de ploegen vanuit het oosten steeds in de bossen vastliepen, zodat de vier kwadranten, toen ze iets ten westen van Lake Wobegon bij elkaar kwamen, niet in de grenzen pasten die in 1851 door het Congres bij de wet waren vastgesteld. Toch stuurde Finian ze gewoon op naar St.-Paul: het Staatsparlement moest zijn tanden maar op de afwijking breken.
Het Staatsparlement timmerde de staat gewoon recht door de overlapping in het midden eruit te halen, het kleine vierkantje van Mist County. ‘De bodem van dat gebied is niet geschikt voor de landbouw, en we betwijfelen of het erg zou opvallen als dat gedeelte ontbreekt,’ merkte Randolph, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden op.
In 1933 stelde een speciale commissie voor dat de staat het verloren gegane district in ere zou herstellen door de oppervlaktes van een aantal grote meren te laten samenvallen. Het gebied kon wel midden uit de meren worden gehaald door die iets uit te rekken, zodat er geen kostbare stukken oever verloren gingen. Het ministerie van Visserij stelde zich aan de spits van de oppositie en betoogde dat het voortplantingsgebied van de snoekbaars dan teloor zou gaan; en het Voorstel tot Wijziging van de Staatskaart werd als aanvulling toegevoegd aan een wetsvoorstel betreffende het onderwijs in de evolutie aan alle middelbare scholen, en bij stemming verworpen.
De voorstanders van de kaartwijziging, oftewel de ‘preciezen’, werden gegispt door hun tegenstanders, de zogenaamde ‘rekkelijken’, die aan de ene kant het bestaan van Mist County loochenden – ‘Waar ligt dat dan?’ riep een rekkelijk op een dag in de vergaderzaal van de Senaat. ‘Kunt u mij ook maar in de verste verte het bewijs leveren dat het bestaat?’ – terwijl ze aan de andere kant het district aan de kaak stelden als bedreiging voor alle landeigenaren in het hele land. ‘Als dit district de kans krijgt de kop op te steken, dan is geen grens nog heilig, geen wet zeker,’ zeiden de rekkelijken. ‘Dan zouden we net zo goed de onderhandelingen met de indianen kunnen heropenen.’
De Wobegonners namen de verwerping van het voorstel met hun gebruikelijke kalmte op.
____
