Het was elf uur ’s avonds. Een lamp zonder kap verlichtte mijn bureau. Ik was de hele dag thuisgebleven. Als ik de buitenlucht niet heb geproefd, voel ik mij niet prettig. Mijn polsen zijn soepeler. Ik vind het een beetje vervelend als ik merk dat het dons erop nog zijiger is. En het hindert me dat ik het restje energie nodig heb om in slaap te komen.
Ik deed een dutje in een leunstoel. Langs het rode fluweel is met goudkleurige spijkers een biesje op het hout vastgezet. Eén ontbrak er en op die plaats was het biesje losgeraakt. Ik zat heel stil. Alleen mijn hand plukte eraan, zonder dat ik het in de gaten had, in een onbewuste poging de spijker ernaast los te trekken.
Pas toen het gebeurd was, merkte ik wat ik had gedaan. Die ontdekking vrolijkte mij wat op. Zo gaat het iedere keer als ik mezelf erop betrap onbewust iets te doen, of als ik blijk geef van een gevoel dat ik van mijzelf niet ken. Daar knap ik net zo van op als van een straaltje zon of een vriendelijk woord. Zij die me deze kleine vreugde zouden verwijten zullen mij nooit begrijpen. Het lijkt mij juist goed wanneer je inzicht in jezelf probeert te krijgen. Mij verwijten me te veel met mezelf bezig te houden zou op hetzelfde neerkomen als mij verwijten gelukkig te zijn.
Ik moet er wel bij zeggen dat deze vreugde heel broos is. Het is niet de rustige vreugde die een zonnestraal brengt. Zij dooft snel en dan moet ik uit mijzelf putten naar iets anders om haar nieuw leven in te blazen. Dan lijkt het soms of alles mij slechtgezind is en of de mensen om mij heen met hun simpele genoegens in werkelijkheid gelukkiger zijn dan ik.
vertaald door Gerda Siebelink
Avondbezoek [fragment]
Avondbezoek [fragment]
____
