Misschien lezen daarom zo weinig mensen poëzie, ook onder hen die wel een ticket kopen voor de schouwburg om de dichters en dichteressen te horen voorlezen. Ik weet dat het een genot kan zijn te luisteren naar de muziek van het woord, ook al begrijpt men er niet zo heel veel van. Zoals het ook een genot is zappend door tv-land te dwalen en hier en daar een beeld op te pikken. En ook de meest vluchtige kennismaking blijft nog altijd een kennismaking, waarvoor geen dichter zich te goed moet achten. Maar het heeft ook iets denigrerends. Alsof het toch meer om de sfeer en de stemming gaat dan om de tekst. Alsof de woorden in de eerste plaats dienen om een soort fluïdum te creëren dat de toehoorder omwikkelt en doordringt en hem het gevoel geeft naar diepe diepte en hoge belangrijkheid te verhuizen. Na het feest stromen honderden gasten de zaal uit, en hoeveel verkochte bundels levert dat op? Die gasten zijn voldaan, het was mooi, er hoeft niets meer bij. Tot volgend jaar. Alsof de tekst zelf een afgekoelde maaltijd is, een verschaalde pint, een flets hangende bloem.
____
