Ook in het tijdperk van cybermodellen zien we de geest nog steeds, net als in de oudheid, als een innerlijke rumite – als een theater – waar we beelden vormen; en het zijn deze beelden waardoor we ons dingen kunnen herinneren. Het probleem is niet dat we ons dingen herinneren door middel van foto’s, maar dat we ons alleen de foto’s herinneren. Dit herinneren via foto’s verdringt andere vormen van inzicht en herinnering. De concentratiekampen – dat wil zeggen de foto’s die zijn genomen toen de kampen in 1945 werden bevrijd – maken het grootste deel uit van alles wat met het nazisme en de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog wordt geassocieerd. Gruwelijk sterven (door genocide, honger en epidemieën) maakt het grootste deel uit van wat in de herinnering is gebleven van alle onrecht en alle misslagen die postkoloniaal Afrika heeft begaan.
Zich iets herinneren betekent steeds vaker dat men zich een foto voor de geest kan halen, in plaats van een verhaal. Zelfs een schrijver die zo doordringt was van de negentiende eeuw en de ernst van het vroege literaire modernisme als W.G. Sebald voelde zich geroepen om kwistig met foto’s te strooien in zijn verhalen, elegieën over verloren gegane levens, verloren gegane natuur, verloren gegane stadsgezichten. Sebald was niet zomaar een schrijver van elegieën, hij was een militant schrijver van elegieën. Hij wilde dat de lezer zich ook zou herinneren wat hij zich herinnerde.
Afschuwwekkende foto’s verliezen niet automatisch hun vermogen om te choqueren. Ze bieden echter niet veel steun als het erom gaat het gebeurde te begrijpen. Verhalen kunnen ons helpen begrijpen. Foto’s doen iets anders: ze achtervolgen ons.
vertaald door Heleen ten Holtuit:
Kijken naar de pijn van anderen - Susan Sontag

____