woensdag 27 januari 2010

Doorgifte door middel van imitatie

Het begrip meme werd in 1976 geïntroduceerd door Richard Dawkins. Het komt in de Van Dale nog niet voor, maar is onlangs wel opgenomen in de Oxford English Dictionary: ‘An element of culture that may be considered to be passed on by non-genetic means, esp. Imitation’. Een meme kan van alles zijn: een melodie, een truc, een zin van Nescio of een heel verhaal. Zolang de doorgifte ervan maar door middel van imitatie plaatsvindt. Een illustratief voorbeeld van Dawkins is de vraag: Is er leven na de dood? Die meme heeft een geweldige overlevingswaarde. Hij is onuitroeibaar, net als de meme ‘God’, die in veel hoofden nog altijd niet door het rationele alternatief ‘geen God’ is verdrongen.
Wat wordt ervaren of geleerd zonder imitatie is geen meme. Gapen is een oude reflex die bij gewervelde dieren heel algemeen voorkomt. Anders dan leren door imitatie, dat in het dierenrijk juist zeldzaam is. Mensen, (mens)apen, dolfijnen en sommige vogelsoorten (zang) zijn waarschijnlijk de enige dieren die tot imitatie in staat zijn.
Memen vermenigvuldigen zich door imitatie en kunnen dat in principe veel sneller dan genen. Ze springen van hoofd tot hoofd, zonder afhankelijk te zijn van de vertragende seks waarop genen voor hun vervoer zijn aangewezen. Sociobiologen weten natuurlijk ook wel dat menselijke cultuur vergaand is losgezongen van de biologische evolutie, maar ze proberen toch nog altijd om cultureel succes terug te brengen tot het een of andere genetische voordeel. Misschien heeft dat in kleine gemeenschappen van jagersverzamelaars nog enige zin, maar in de westerse technologische maatschappij lijkt het me een heilloze onderneming. Dawkins opperde, nogal opmerkelijk voor een genselectionist, dat biologische en culturele evolutie bij de hedendaagse mens grotendeels losgekoppeld zijn geraakt.

uit: Oversprongen : beschouwingen over cultuur en natuur - Tijs Goldsmith


____