Had zijn moeder, die toen drieënveertig was, deze bezwering maar wat energieker geuit en door wat afwerende handgrepen kracht bijgezet; had ze maar niet zo snel toegegeven en al na de eerste bewegingen de voorwaarde afgesmeekt, dat mocht het wat worden, het iets beters zou worden, knechten hadden ze en Duitsland had genoeg soldaten en er was nog geen pastoor in de familie en het moest ook een mooie naam hebben, een beetje sjieker, niet Jozef of Heinrich, zoals die allemaal hier, George moest hij heten, zoals die daar op het paard met de lans, die de draak doodsteekt, of zoals oom Eduard, wanneer het een jongen werd, en dat moest het worden, Gerhard of Gustav klonk ook mooi; maar dat zei ze allemaal al niet meer, ze liet het gebeuren, dit op en neer en wat nog meer: George moest hij heten.
Bernard Holtstiege en zijn vrouw Maria, bezitters van een drieëntachtig morgen grote boerderij op de aan de kant van de stad gelegen oever van de Angel, dus tussen Angelmodde en Lütkenbeck, spreidden op dat ogenblik een werkelijk ongehoorde activiteit ten toon, wanneer men het seizoen en de gewoonten van het echtpaar in aanmerking neemt.
Al drie keer had Marianne Röwekamp, die als vroedvrouw voor de dorpen Wolbeck, Albersloh en Angelmodde niet al te vaak haar hutje hoefde te verlaten, om haar beroep bij de weinig teeldriftige boeren uit te oefenen, de weg naar de boerderij Holtstiege bij donkere herfstnachten moeten afleggen. De boer wist de tijd dat er weinig werk was, vóór de bebouwing van de akkers in het voorjaar, wel op prijs te stellen. In die comfortabele wintertijd werd hij, gelegen op de bank bij de kachel, dik en sterk, wat zijn neerslag had gevonden in die herftnachten toen Jozef, Erika en Heinrich schreiend en gezond aan de kundige hand van Marianne Röwekamp het licht van de wereld in de vorm van drie aan de muur van de slaapkamer bevestigde gaslampjes ontwaarden.
De genoemde bijzondere tekenen mogen reeds blijken uit de omstandigheid, dat de gebeurtenis in een warme julinacht plaats greep, bij open raam, dat alleen door een hor afgeschermd werd om de vliegen en nachtvlinders en de talrijke, van de Angel afkomstige muggen buiten te houden.
De man was sterk, zijn bewegingen geschiedden bedachtzaam en met overleg, doch in de uitvoering bewees hij levendigheid.
Ook nu liet hij zijn vrouw niet veel tijd, het was reeds wonderbaarlijk genoeg, dat hij om deze tijd en bij een weersgesteldheid, die veel werk meebracht, zijn vrouw liefderijk in het nauw bracht.
Al legde Bernard Holtstiege zich kort daarop op zijn zij en gaf hij haar met een klap op het achterste te kennen, dat voor haar het uur der ruste was aangebroken, toch bleef de vrouw nog lang met open ogen liggen en staarde naar de insekten die tegen de hor stootten. Ze droomde van hem, die George zou worden.
De film voor haar ogen toonde de geboorte van George, de eerste wankele schrede aan de beschermende hand van broers en zuster, de kleine George voor de eerste maal te paard met een stok in de vuist, net als die heilige, George met een geweldige suikerzak op de eerste schooldag, het stralende snuitje bij de Communie, het nette pakje met een Mariabloempje op de revers, zijn prachtige rapporten, zijn mooie gestalte, George, de middelbare scholier, de kwekeling op het seminarie, het bleke rood van zijn wangen boven het zwart, de zwarte toga met het geborduurde kruis…
Ze droomde van alle glans en glorie van zijn jongensjaren en ze begon aan een lang gebed aan de Heilige Gregorius, waardoor ze in slaap viel.
____
