maandag 25 januari 2010

Zich misdraagt als zo'n tijdbom

Hoge straffe wind vanuit de Rockies
Veegt door een vergeten straat.

Het wintert in de vriestas
Op de tafel
Heeft het ijs zichzelf secondenlang gekraakt.

Kakkerlakken worden door de tocht verdreven,
Brieven door gebeurtenissen achterhaald.

Het is de druk van de omstandigheden (zeiden ze),
Het is te wijten
Aan een weinig plooibare natuur
Om maar te zwijgen
Van de wankele structuur waarin
De mens moet samenleven.

Vier uur ’s ochtends, ver van huis
In een vreemd bed
Door schrikbeelden bevangen.

Hoe het was en hoe het niet zal zijn
Steken venijnig door kartonnen wanden
Van een afgetrapt motel.

Leef niet alleen
Op de bedorven ademtocht van het verlangen
Omdat het verlangen zich onophoudelijk verplaatst
Als zo’n archaïsche zwerfkei
Die zich een weg door het bloed baant, zich
Nu eens nestelt als niergruis, dan
Weer als denksteen
Onder het schedeldak huist, zich
Misdraagt als zo’n tijdbom
Die tussen de ribben tikt
Terwijl er iets klopt
In de keel, het steeds heviger
Klopt in de keel
En uit de mond
Het eerste speeksel sneeuwt.

Texaanse elegieën, IV [fragment]
uit: Materia prima : gedichten 1963-1993 - H.C. ten Berge

____