zaterdag 13 februari 2010

De bodem, staat er.

Vandaar die lichtinval, als insteek,
de schittering,
die meteen in het verslag werd gestikt.
Want wat lees ik daarin? Dat ik niets heb gezien!
Ik die mij voor elk uitwerpsel van hier naar daar
op afroep met het schepnet rep
in de verplichte schepnetkuur
in de potsierlijke choreografie met het lange schepnet.
De bodem, staat er.
Is dat objectief?

Wat moet ik dan zeggen?
Tegen
hen die onbereikbaar zijn?
Tegen de bejaarden? Dat ze toch nog goed ter been zijn
tot ze niet meer goed ter been zijn?
Wat moet ik dan zeggen tegen de vaders, afwezig?
Tegen de moeders met hun pupillen
devoot gedraaid naar het plafond
op zoek naar een lens,
terwijl hun Sue, Inky, Blinky of hoe ze tegenwoordig ook heten
kwaadwillig de doorgang blokkeren?
Het moeder hart heeft oren die nooit slapen!
Ik bedoel
dat moederhart dat van trampolinestof
en zeemleer is gemaakt.

13. Vandaar die lichtinval [fragment]
uit: De Slalom soft : gedicht - Paul Bogaert

____