woensdag 24 februari 2010

Een zestiende-eeuwse molenaar

Wederom hebben we het gevoel dat we ons in een doodlopende steeg bevinden. Eerst, geconfronteerd met de buitenissige kosmogonie van Menocchio, vroegen we ons mét de vicaris-generaal even af of we niet met het gebazel van een gek te maken hadden. Nadat we die veronderstelling hadden verworpen, kwamen we na het bestuderen van zijn kerkleer tot de veronderstelling dat Menocchio een anabaptiste was. Toen we ook die mogelijkheid hadden verworpen, zijn we ons, op grond van de informatie dat Menocchio zich als een ‘lutherse’ martelaar beschouwde, gaan afvragen welke banden hij met de Reformatie had. Onze poging om de ideeën en godsdienstige denkbeelden van Menocchio onder te brengen in een stroming van diepgeworteld boerenradicalisme die door de Reformatie (maar onafhankelijk daarvan) aan het licht was gebracht, lijkt nu in ieder geval overduidelijk te worden weersproken door de lectuurlijst die we op basis van de procesverslagen hebben gereconstrueerd. In hoeverre kan een zo ongewone figuur als een zestiende-eeuwse molenaar die kon lezen en schrijven, als representatief worden beschouwd? En als representatief voor wat? (...)
Als we de passages uit de boeken die Menocchio citeerde één voor één vergelijken met de conclusies die hij eruit trok (en zelfs met de manier waarop hij ze aan de rechters overbracht) stuiten we onveranderlijk op een hiaat, een soms belangrijk verschil. Iedere poging om deze boeken te beschouwen als ‘bronnen’ in de gebruikelijke zin van het woord, faalt door de uiterst oorspronkelijke wijze waarop Menocchio las. Nog belangrijker dan de tekst, blijkt de sleutel tot zijn manier van lezen, de zeef die Menocchio onbewust tussen zichzelf en het gedrukte woord schoof; een zeef die sommige passages eruit zifte en andere liet verdwijnen, de betekenis van één woord aanscherpte door het uit z’n verband te rukken, die Menocchio’s geheugen bewerkte en zelfs de woorden van de tekst vervormde. Deze zeef, deze sleutel tot zijn manier van lezen, verwijst steeds weer naar een andere cultuur dan die van het gedrukte woord – een mondeling overgeleverde cultuur.

uit: De kaas & de wormen : het wereldbeeld van een zestiende-eeuwse molenaar - Carlo Ginzburg


____