
In het volgende decennium vestigde Michelangelo de definitieve norm voor de nieuwe architectuur met twee aanbouwen aan de San Lorenzo in Florence: de Medicikapel en de Biblioteca Laurenziana. In de eerder ontworpen Medicikapel (het definitieve ontwerp dateert van omstreeks 1521) openbaart zich de vrijheid nog op betrekkelijk bescheiden schaal. De vensternissen en (veelal valse) deuren in de hoeken vormen één geheel, want ze delen dezelfde horizontale lijst. De consoles aan de uiteinden van deze lijst kunnen op twee manieren worden geïnterpreteerd: ze steunen een latei van de deur of hangen aan het basement van de vensternis. De details van de vernsternis zijn opmerkelijk. Tussen pilaster en fronton ontbreekt een kapiteel van het hoofdgestel (daarvoor in de plaats zijn de onderste profielen van het hoofdgestel gekomen). Het fronton kraagt uit boven de uitsparing in de nis; de nis wordt omlijst door een profiel dat in de hoeken meandert en zo de uitsparing verbindt met het fronton. Aan de voet van de nis ligt een blok dat eruitziet als een sokkel voor een sculptuur maar daarvoor te ondiep is; het wordt geflankeerd door twee kleine reliëfs met prachtige fantasievazen. De hele eenheid van vensternis en deur is zo strak ingepast (veel strakker dan gebruikelijk), dat de muur zelf niet meer zichtbar is. Dit geldt voor het gehele ondergedeelte, zodat de wand vervangen lijkt door een geheel van uitkragend en terugwijkend beeldhouwwerk. De plasticiteit van de architectuur wordt groter in het midden van de wand bij de figuren (er waren er meer bedoeld, rustend op de sokkels aan weerszijden van de sarcofagen). Bezien we de vensternissen in samenhang met de hele wand, dan beseffen we dat de frontons zo zijn geproportioneerd dat ze deel uitmaken van een ononderbroken horizontale strook ornamentiek die loopt via de kapitelen van de hoofdorde en de attiekfries in het middendeel, waar in de festoenen de boog is omgekeerd.
vertaald door Tilly Maters en Eugène Dabekaussen
____
