Het was niet zozeer de diefstal van de Eiffeltoren die me moeite kostte; het was moeilijker om hem terug te zetten voor iemand het in de gaten had. De hele onderneming was, al zeg ik het zelf, schitterend georganiseerd. Je kunt je wel voorstellen wat er allemaal bij kwam kijken – een stoet enorme vrachtwagens om de toren naar een van die stille, vlakke velden te brengen die je tegenkomt op weg naar Chantilly. Daar kon de toren met gemak op zijn zij liggen. Op weg de stad uit, op die mistige herfstochtend, was er heel weinig verkeer geweest, en het verkeer dat er was, kan ik slechts beschrijven als bescheiden. Niemand die mijn honderdentwee vrachtwagens met zes wielen probeerde te passeren, zag dat ze als kralen aan de ketting van de toren zaten. De personenauto’s zwenkten even naar links en trachten te passeren, maar als de chauffeurs van de Fiats en de Renaults zagen dat de ene na de andere vrachtwagen zich voor hen uitstrekte, gaven ze het maar op en volgden ze de processie. Aan de andere kant hield ik de weg aangenaam vrij voor auto’s die naar Parijs reden: voor hen was de lange weg vanaf Chantilly praktisch een eenrichtingsbaan. Ze scheerden langs en hadden geen tijd om op te merken hoe de toren op de chauffeurscabine van al die vrachtwagens zonder enige tussenruimte lag: de toren werd naar buiten gereden op een soort couchette van honderden meters lang.
vertaald door Tineke Funhoff
De man die de Eiffeltoren stal [fragment]
uit:
Het laatste woord en andere verhalen - Graham Greene

____