Mijn knieën knikken. Ik nader kamer 1081. Zo meteen een orgasme.
Ik begreep het niet goed. Dat klaarkomen had niets te maken met de formules van onze gebaren. Het was een gevolg van onze woorden, van onze leugens.
We zagen elkaar ongeveer twaalf keer terug. Als het moment van weggaan daar was, werd ik bevangen door de angst dat ik hem niet ‘Tot morgen’ zou horen zeggen, op die droge toon van hem. Kilte was de humus van onze ontmoetingen. Het maakte onze spasmen waardevoller. En het maakte dat ik met minder gewetensbezwaren het geld kon eisen wat me toekwam.
Want natuurlijk was er het geld. Ik had nog nooit zoveel geld in m’n handen gehad. Het was nooit genoeg. Mijn onverschilligheid voor geld was veranderd in begerigheid.
vertaald door Monique Gerritsma en Peggy van der Leeuw
____
