Het was een hels gevecht, zolang de beslissing nog omkeerbaar was. Vooral toen de hormonen begonnen te zwaaien met hun banieren: baren, BAREN! De zorgdrang, het vertederende verlangen had ik al verslagen, maar deze lijfkreet op de valreep verraste me volkomen. Ik moest hem tot zwijgen brengen: een kind kreeg je niet ter bevrediging van persoonlijke behoeften, het verdiende een bestaan voor zichzelf, en liefst goed omringd. Daar waren de omstandigheden niet naar. Hoepel op, hormonen! Berg op, die manieren.
En toen stierf mijn stiefzoon. Een verwoestende ziekte, een tragische dood. Oog in oog met het immense verdriet om dit verlies, beloofde ik mezelf nooit meer te zullen treuren om een onbestaand kind. Mijn kind. Daar houd ik me aan, het kost me niet eens veel moeite, maanden gaan voorbij zonder dat ik eraan denk. Als spijt in de buurt komt, draai ik mijn deur op slot: niet thuis. En dan ligt er ineens zo een verdomde foto voor je: sofa, moeder, kind.
Zaterdag 12 juli 2008
uit: Zestig : een dagboek - Ingrid Vander Veken

____