Dat een vreemdeling het dorp aandeed was een gebeurtenis waarover iedereen vrijelijk zijn mening kenbaar mocht maken, en het douanekorps had daarover in menig huisgezin uitvoerige rapporten opgetekend. Madame Ham had niet geschroomd inlichtingen te verstrekken. Maar op den duur zag het ernaar uit dat de voorbijgaande reiziger veranderde in een ingezetene. Nu voelde iedereen zich erbij betrokken: men vroeg om een beraadslaging.
Het was lang, heel lang geleden dat men vergaderd had. De laatste vergadering was geweest over de zaak van de Ramsbel. Vroeger stroomde er een beek door de vallei, een klein bergstroompje dat de bewoners de Ramsbel noemden omdat het in de dooitijd met de keien van zijn bedding het geluid maakte van een kudde. In het eentonige barre landschap vormde dat ravijn een levendige vrolijke noot, en bovendien voerde het de toevloeiende modder af buiten het dorp, die nu tussen de huizen bleef liggen. Zonder het bewust te beseffen waren de dorpelingen gesteld op hun Ramsbel, ze hielden ervan. Op een goede dag was hij verdwenen, hij was plotseling opgedroogd, midden in de herfst, ondanks de onophoudelijke regens, en de bedding werd al snel gevuld door de aanslibsels. Dat zorgde voor een schok in de streek, en daarna voor woede; de dorpelingen beschuldigden elkaar onderling van kwade opzet.
Het was nodig geweest een vergadering te beleggen, in een sfeer van verdachtmaking en haat. Het had niet veel gescheeld of Croll, die in ieders ogen buitengewoon verdacht was, was ter uitvoering van het volksgericht gestenigd. Bij gebrek aan bewijs had men uiteindelijk vastgesteld dat het hier een geologisch ongeluk betrof. Sommigen hadden zich aangeboden om boven in de vallei de maalstroom te zoeken waardoor de bergstroom misschien was opgeslokt. Maar niemand had voorbij de ijswal gedurfd, en niemand had ook de vallei willen verlaten om te zien of de Ramsbel niet ergens op de vlakte weer opnieuw ontsprong. Men had het erbij gelaten.
vertaald door Mirjam de Veth
uit: De seizoenen - Maurice Pons