De dagen die tussen onze avonden lagen, zat ik als een eerste vlinder op onze woorden, onze handen, onze lippen. Hetgeen te veel was om te beseffen. Ik herlas niet. Ik keek en streelde de kleuren als een mooi kinderboek toen ik nog niet lezen kon.
Ik vroeg me af of hij niet hetzelfde gevoel van machteloze verrassing had tegenover mij, als ik tegenover hem?
