zaterdag 17 april 2010

Mijn zandzee

Aangezien dit verslag echter slechts waarde heeft als het volledig overeenstemt met de waarheid, moet ik zeggen dat de saaiheid en dorheid van mijn schooltijd meer schijn dan werkelijkheid waren. Ik maakte gedurig een zekere morele en geestelijke ontwikkeling door, en aangezien zowel mijn schoolmeesters als mijn medeleerlingen me saai vonden, zal ik een verlaat staaltje van de juiste ‘mentaliteit’ ten beste geven en vragen of het misschien niet gedeeltelijk kwam omdat ze zelf zo gewoon waren. Ik denk dat als er enige druppels genegenheid, die magische dauw van het paradijs, op mijn zandzee waren gevallen, zij zou hebben gebloeid als een roos, of in ieder geval als die chimerische bloem, de Roos van Jericho. Maar de alledaagsheid om me heen, de intellectuele droogte, bood me niet de mogelijkheden tot uiterlijke groei. Mijn innerlijke leven dat zich, zoals ik zei, onzichtbaar ontwikkelde, werd er niet door verwoest, maar gekooid, vertraagd en ontkracht. Het nam de vorm aan van dromen en bespiegelingen, waarbij ik heel wat kronkelige denkprocessen doormaakte, en het feitelijke doel er niet toedeed, maar de bewegingen zelf zinvol waren. Als ik preciezer mag omschrijven wat ik bedoel, zou ik zeggen dat ik in mijn schooltijd weliswaar geen gedachten had, maar mijn hersenen voorbereidde op het denken en leerde hoe te denken.
Mijn grootste nieuwsgierigheid op dat moment ging uit naar woorden als uitdrukkingsmiddel. Voortdurend breidde ik mijn woordenschat uit en vond toepasselijke en specifieke termen voor dingen. Ook hierbij ging oefening vooraf aan gebruik, aangezien ik me naarstig van woorden voorzag voor ik ideeën had die ik ermee tot uitdrukking kon brengen.

vertaald door Eugène Dabekaussen en Tilly Maters

uit: Vader en zoon : een studie van twee temperamenten - Edmund Gosse


____