Men noemt iemand als Tergat een scribent, een pamflettist. Men geeft dezulken na hun dood terstond de rust waar zij niet om hebben gevraagd, en misschien is dat wel goed: het zou een dwaasheid zijn de mensen zijn werk alsnog aan te vijzelen. Laat het maar rusten, ik meen het; de wereld rolt door, wij leven niet voor de doden en alle vijfentwintig jaar verdubbelt de kennis der mensheid. In iedere minuut van werkeloze ontspanning raken wij geestelijk verder ten achter, en van jaar tot jaar krijgen wij meer tijd ter ontspanning, want voor ons werk worden wij steeds overbodiger. Wij zijn anachronismen, wij ruimen ons zelf op. De oneindigheid bekreunt zich niet om ons kluwentje leven, en ook uit de geschiedenis zal de menselijke traditie verdwijnen: van de wieg tot het graf zal de mens van de toekomst over niets meer zélf beslissen. Op zachtaardige wijze zal ieder recht hem worden ontnomen, uitgezonderd dan het recht op vrije tijd. Wij verdwijnen. De namen die nu nog met glans omgeven zijn, zullen verdoffen, want de bevolkingsexplosie is zo heftig dat op de dag van ons sterven meer genieën leven dan in alle twintig eeuwen van onze jaartelling samen. De roem van de één zal niet beter zijn dan de obscuriteit van de ander. Een troostende gedachte – niet die overmaat aan genialiteit, maar dat wij nog iets van het obscure, stinkende, onfatsoenlijke Europa hebben geroken. Wat is roem? ‘Ze is ’t halve zand niet waard van éne kerkhofschop.’ Aldus een dichter uit de tijd dat graven nog werden gedolven met spaden, en een begraafplaats kerkhof heette. Over vijftig jaar zal men die regel niet meer verstaan.
Als dan alles verstuift (en dat doet het) verliezen woorden als groot en klein, of gelijk en ongelijk, hun betekenis. Willy Tergat was eerder klein dan groot, had soms gelijk, soms ongelijk. Maar maakt het veel verschil? Voor een liefhebbend geheugen heel weinig. Hij merkt niets van wat ik heb geschreven; maar je moet het niet van hém uit zien, alleen van mij, die gepoogd heb je deelgenoot te maken van wat voorbij is.
Zonder tremolo's [fragment]
uit:
Vlak bij Vlaanderen : een Hollander over het zuiden - Wim Zaal

____