zaterdag 24 april 2010

Zonder woorden zeiden ze elkaar de waarheid.

De knappe adjudant begroette Hadzji Moerat en nodigde hem uit plaats te nemen totdat hij zijn komst aan de vorst gemeld zou hebben. Maar Hadzji Moerat wilde niet gaan zitten; met zijn hand aan zijn dolk, en één been vooruit, bleef hij staan, terwijl hij de aanwezigen minachtend aankeek. De tolk, vorst Tarchanow, ging naar Hadzji Moerat toe en begon met hem te praten. Maar Hadzji Moerat antwoordde kort en onwillig. Uit de spreekkamer kwam een Kaukasische (Koemitskij) vorst die een klacht over de politiechef had ingediend en achter hem de adjudant, die Hadzji Moerat riep, hem naar de deur van de spreekkamer voerde en hem binnen liet gaan.
Worontsow ontving Hadzji Moerat staande bij een hoek van de tafel. Het oude, witte gezicht van de gouverneur-generaal stond niet zo vrolijk als de vorige dag – het was streng en officieel.
Toen Hadzji Moerat in het grote vertrek, met de reusachtige tafel en de grote ramen met groene jaloezieën binnentrad, kruiste hij zijn handen op de borst, sloeg zijn ogen neer en zei, zonder zich te haasten, duidelijk en eerbiedig in de Koemitskijtaal, die hij goed meester was:
“Ik geef mij over en stel mij onder de hoge bescherming van de grote tsaar en van u. Ik beloof u plechtig tot mijn laatste bloeddruppel de witte tsaar te dienen, en ik hoop van nut te kunnen zijn in de strijd tegen Sjamil, uw vijand en de mijne.”
Worontsow luisterde naar de tolk en keek Hadzji Moerat in de ogen, terwijl deze hem aankeek. De ogen van die twee mensen ontmoetten elkaar en zeiden elkaar veel meer dan met woorden uit te spreken was, en heel wat anders dan de tolk vertaalde.
Zonder woorden zeiden ze elkaar de waarheid.

vertaald door A. Kosloff

uit: Hadzji Moerat - Leo Tolstoj


____