woensdag 19 mei 2010

Angst, daarna vastberadenheid, en vervolgens berusting

De bibliotheek telde zeventien etages. Daarboven verhief zich een puntdak van roze baksteen, een imitatie van het marmer van de voorgevel. Onder dit dak bevonden zich de vroeger nauwelijks gebruikte hanebalken, die gezien de ononderbroken toestroom van boeken sinds drie of vier jaar ingericht waren als opslagplaatsen, speciaal bestemd voor wiegedrukken. Die ruimten kregen hun daglicht door kleine dakramen die regelmatig over het dak verdeeld waren. In een van deze nauwe openingen, eerder een schietgat dan een raam, verscheen plotseling het halve, door brand overweldigde bovenlijf van een bibliothecaris in een grijze stofjas. Een oude man met een profetenkop wiens dikke haardos en lange baard in brand stonden en wiens gezicht, twintig keer vergroot door telelenzen, op datzelfde moment op de tv-toestellen van de gehele wereld verscheen. De man brulde. Hij probeerde door dat schietgat te komen (ongetwijfeld met de bedoeling zich af te laten glijden langs het dak naar de plek waarop de brandweerlieden hun grote ladder reeds opstelden), terwijl hij een dik kwartoboek tegen zich aan klemde. Een van de eerste verluchte manuscripten waarin de eerste woorden van onze geschiedenis vastgelegd waren. Helaas! De opening was te nauw. Het dak begon te scheuren. Uit de grote barsten waarin het uiteenscheurde ontsnapten lange slierten rook. Het gezicht van de man, door de camera’s voortdurend in close-up genomen, drukte angst uit, daarna vastberadenheid en vervolgens berusting. De vlammen hadden zijn voorhoofd reeds verslonden, dat zich over hem teruggevouwen had als een brandend stuk perkament, hadden de wangen doorboord, waardoor je de kaakbeenderen kon zien. De man gooide het boek naar buiten en het dak stortte in, in een geweldige vonkenregen.
De camera’s volgden daarop het boek dat wijd opengevallen was en als een vogel met ontvouwen vleugels, op de thermiek van de krachtige warmtegolven die opstegen uit de vuurgloed, statig naar de aarde leek af te dalen.

uit: Het boekenparadijs - Pierre Bourgeade


____