De baas schonk twee coupes champagne in, dronk, evenals de moeder, en stak een sigaret op.
‘Hij werkt nog pas veertien dagen bij mij,’ zei hij.
Zijn ogen stonden schuldig. De moeder zag het niet.
‘Neemt u me niet kwalijk, maar een moeder en haar kind zeggen maar weinig tegen elkaar. Het is gewoon nieuwsgierigheid van mijn kant en niets anders.’
Ze had gefluisterd en ze glimlachte niet langer. Haar ogen waren al half dood. Medelijden schoot door het verbitterde hart van de baas.
‘Ik kan over mijn zoon alles aanhoren, weet u.’
De baas vergat de armbanden.
‘Dat begrijp ik,’ zei hij. ‘Jacques is aardig, maar… hij is niet erg serieus.’
De moeder hief de armen in een verdedigend gebaar.
‘Dát vraag ik u niet,’ klaagde ze.
Hij stak zijn hand uit en legde die op het goud van de hare.
‘Er bestaat geen woord voor wat Jacquot doet.’
Ze duwde zijn hand weg, dronk champagne en sloeg de ogen neer.
‘Dankuwel, meneer, dat u met me gepraat hebt.’
vertaald door Ernst van Altena
uit: Hele dagen in de bomen - Marguerite Duras

____