Volgens Johnson was het menselijk bestaan onverbrekelijk verbonden met onvrede. Het ligt in de natuur van de mens om ten prooi te vallen aan onverenigbare verlangens – bijvoorbeeld dat naar geborgenheid en dat naar opwinding. Als hij het een heeft, verlangt hij naar het ander, zodat tevredenheid zelden onvermengd is en nooit van blijvende aard.
Maar de meeste mensen vinden het troostrijker om in vervolmaakbaarheid dan om in onvervolmaakbaarheid te geloven – een voorbeeld van wat Dr. Johnson aanduidde als het triomferen van de hoop over de ervaring. Het begrip ‘onvervolmaakbaarheid’ wakkert niet alleen existentiële angsten aan maar stelt bovendien – door simpele oplossingen voor alle menselijke problemen uit te sluiten – veel lastiger intellectuele eisen aan ons dan vormen van utopisme. Niet iedere vraag kan worden beantwoord met de verwijzing naar wat eenvoudige abstracte principes die, als ze maar strikt genoeg worden nageleefd, tot volmaaktheid zouden leiden – daarom is het ook zoveel moeilijker om conservatisme tot slagzinnen te reduceren dan zijn veel abstractere concurrenten.
vertaald door Jabik Veenbaas
Het onbehagen van Ibsen [fragment]
uit: Profeten en charlatans : hoe schrijvers ons de wereld laten zien - Theodore Dalrymple

____