donderdag 20 mei 2010

Sterven om niet te sterven

Ter Braak stierf op 14 mei 1940. En ja hoor, verkondigden de vereerders, de volgende dag kwam een zwarte auto vol in het zwart geklede SS’ers voor de deur van Ter Braak’s woning tot stilstand en toen ze vernamen dat de gezochte politieke tegenstander niet meer leefde, groeven ze een gat van twee meter diep in zijn tuin om naar geheime documenten te zoeken.
Wat voor documenten dan toch? Waarom nu juist daarnaar gezocht bij Ter Braak en niet bij schrijvers die zich in veel sterker mate, soms in het kader van een politieke partij, dus voor een veel groter lezersvolk, met anti-nationaal-socialistische beschouwingen hadden beziggehouden, bij voorbeeld Jan Romein, Theun de Vries, Jef Last. Stond Maurits Dekker niet op een lijst en Ter Braak wel? Of J. Huizinga, die de Duitse rassentheoreticus Von Leers van de Leidse Universiteit had verwijderd? Of A. den Dolaard?
Ja, zullen Max Nord en andere zaligprekers antwoorden. Al had Ter Braak dan ook haast geen kiezers, hij was veel groter dan de hier genoemden.
Razernij maakt zich van hen meester als je beweert dat er geen woord waar is van die verhalen. Dat ze ontkend zijn door Ter Braak’s weduwe en door de weduwe van zijn broer Wim, die de zelfmoord en volgende gebeurtenissen van nabij hebben meegemaakt. Nooit heeft enige Duitse politieman zich voor de deur van Ter Braak vertoond.
Ter Braak pleegde geen zelfmoord omdat hij op een lijst van de Duitsers stond, maar omdat leven onder een Duitse bezetting hem ondraaglijk leek.
Hij stierf als een Romein! heeft de voormalige hoogleraar Gomperts eens uitgeroepen.
Ook dit is een ongelukkig uitspraak.
Romeinen die het verlies van hun eer of zoiets vreesden, staken zich het zwaard in de borst of openden hun slagaders (in een warm bad, om stolling te voorkomen).
Zelfmoord plegen door vergif achtten zij minderwaardig, en Martialis’ Epigrammen, Boek II, 80 maakte een zekere Fannius belachelijk die zich doodde uit angst dat de vijand hem zou doden.
Hostem cum fugeret, se Fannius ipse peremit.
Hic, rogo, non furor est, ne moriare mori?
(Op de vlucht voor de vijand, bracht Fannius zichzelf om. Is, vraag ik, dit geen waanzin: sterven om niet te sterven?)

Taboes [fragment]
uit: Malle Hugo : vermaningen en beschouwingen - Willem Frederik Hermans


____