Hij zette ze warme kaneelbroodjes voor, vers uit de oven, waarvan het glazuur nog niet helemaal was gestold. Hij zette boter op tafel en legde er messen bij om de boter mee uit te smeren. Toen ging de bakker bij hen aan tafel zitten. Hij wachtte. Hij wachtte tot ze ieder een broodje van de schaal hadden gepakt en begonnen te eten. ‘Het is goed om wat te eten,’ zei hij, terwijl hij naar ze keek. ‘Er is nog meer. Eet maar op. Eet maar zoveel u wilt. Er zijn hier genoeg broodjes voor de rest van uw leven.’
Ze aten broodjes en dronken koffie. Ann had ineens honger, en de broodjes waren warm en zoet. Ze at er drie, tot tevredenheid van de bakker. Toen begon hij te praten. Ze luisterden aandachtig. Hoewel ze moe waren en verdriet hadden, luisterden ze naar wat de bakker te zeggen had. Ze knikten toen de bakker te spreken kwam over eenzaamheid, en over het gevoel van twijfel en beperking dat over hem was gekomen toen hij ouder werd. Hij vertelde hoe het was om al die jaren kinderloos te blijven. De dagen die zich herhaalden met de ovens eindeloos vol en eindeloos leeg. De bestellingen voor feestjes, de jubilea waar hij zijn best op gedaan. Tot zijn knokkels in het glazuur. De piepkleine bruidspaartjes die hij in taarten had gestoken. Honderden, nee duizenden zo langzamerhand. Verjaardagen. Stel je al die brandende kaarsjes eens voor. Hij had een onontbeerlijk vak. Hij was bakker. Hij was blij dat hij geen bloemist was. Het was beter om mensen te eten te geven. Tien keer liever deze lucht dan bloemen.
‘Moet u ruiken,’ zei de bakker, en hij brak een donker brood open. ‘Het is een zwaar brood, maar vol van smaak.’ Ze roken eraan, toen liet hij ze proeven. Het smaakte naar melasse en grove graankorrels. Ze luisterden naar hem. Ze aten wat ze op konden. Ze deden zich te goed aan het donkere brood. Het leek wel dag onder de tl-bakken. Ze praatten door tot in de vroege morgen, het hoge bleke schijnsel door de ramen, en de gedachte aan weggaan kwam niet bij hen op.
vertaald door Sjaak Commandeur
Een klein, goed iets [fragment]
uit: Voorzichtig - Raymond Carver

____