vrijdag 7 mei 2010

Zeker, ze spraken allemaal Nederlands

De democratie zoals wij die kennen, is in feite een negentiende-eeuwse democratie. Zij berust op de beginselen waaraan Thorbecke gestalte heeft gegeven, die hij heeft verwoord.
Welnu, Thorbecke behoefde maar door een heel kleine groep mensen verstaan te worden: de gezeten burgers die toen de dienst uitmaakten. Dat waren mannen van dezelfde opvoeding en cultuur als hijzelf. Hij sprak hun taal, en zij de zijne. De rest kwam er niet op aan, want die sprak toen nog niet mee. Maar naarmate die rest wel steeds meer ging meespreken, werd het moeilijker een taal te vinden die door allen begrepen werd. De taal is een uiting van een cultuur, en de cultuur van de katholieken is anders dan die van de protestanten, en die weer anders dan die van liberalen of socialisten.
Zeker, ze spraken allemaal Nederlands, maar dat maakte het des te verwarrender, want dezelfde woorden hadden voor de een andere betekenis dan voor de ander. Het resultaat is dat er ten slotte een Nederlands uit de bus is gekomen dat, omdat het door allen verstaan wilde worden, aan precisie verloor – met het wazige Nederlands van minister van onderwijs en wetenschappen Veringa als apotheose. Deze deed uitspraken als: ‘Wij zitten in een dynamiek van een stuk samenleving waaraan wij kansen moeten bieden om de maatschappij van binnen uit te vernieuwen.’ En: ‘De gemeenschappelijkheid van het meer betrokken willen worden bij de voorbereiding van het beleid is overal aanwezig.’
Dit is een taal die minder een beroep doet op het denkvermogen van de luisteraar dan op zijn gevoel. Zij geeft de luisteraar het gevoel te maken te hebben met iemand die het goed bedoelt. En aangezien in Nederland bij velen goede bedoelingen hoger genoteerd staan dan intellect (de uitdrukking ‘hij is griezelig knap’ spreekt boekdelen), kan zo iemand het ver schoppen. Dat blijkt wel uit Veringa’s meteorieke carrière.

Levensgevaarlijke woordenbrij [fragment]
uit: De taal op zichzelf is niets - J.L. Heldring


____