zondag 27 juni 2010

Buiten alle kunstwegerij om

DU PERRON DOOR DE TIJD ‘GEDEPASSEERD’. Ik zeg bij mijzelf:
Aangezien ik door de tijd ‘gedepasseerd’ lijk; aangezien ik niets voel voor politiek, voor de massa, voor het theater, en onverschillig heet voor allerlei uitingen van ‘kunst en leven’… wordt het geen tijd om maar alles op te sommen waar ik nog wél voor voelen kan?
1. Het zitten in een prettig café, met niet veel meer dan een goed kop koffie, een goed kop thee. Men vindt weinig goede thee in Parijs, en lang niet zoveel prettige café’s als men zou kunnen denken: Le Murat, aan de Porte d’Auteuil, was voor mij een trouvaille.
2. Een eenvoudig restaurant; bijvoorbeeld Italiaanse keuken. Vooral niets overdadigs of dat voor kenners werd klaargemaakt.
3. Eenvoudige muziek: grammofoonplaten, straatorgel, straatliedjes, niet gezongen door speciale artisten van het ‘aangrijpende’ genre. Een operette als La Veuve Joyeuse of een opera als Les Contes d’Hoffmann, als Carmen ook wel, walsen en operettes à la Johann Strauss, mits niet aangedikt door genialiteiten à la Reinhardt.
4. Gesprekken met vrienden die praten kunnen, die weten wat een gesprek zijn moet (het enige waardige tijdverdrijf van beschaafde lieden, volgens Baudelaire). Le ton de la confidence, de enige die mij niet verveelt, zei P[aul M[éral]. Nog beter haast: met een intelligente vrouw, maar hoe weinig komt die voor. Intelligentie is trouwens niet nodig; met een vrouw ‘die bestaat’, zoals Clara M[alraux] zegt, ‘die ziel heeft’ (Stendhal) – maar dan ziel zonder naar het mallotige toe te gaan, naar de Hollandse halfzachtheid bijvoorbeeld. Voor de sfeer, voor wat ‘de muziek van het gesprek is’ (Schnitzler). Met oude mensen praten kan daarom een bijzondere bekoring hebben; als zij niet ‘gaga’ zijn.
5. Een boek dat men voor eigen plezier lezen kan, zonder het te moeten bespreken. Tot eigen voordeel, buiten alle kunstwegerij om.
6. Reizen, ook kleine reizen – mits niet te veel verplichte wandelingen en onderzoeken in alle hoeken, en expedities naar alle verre punten. Als ik er eenmaal in gesleept ben, valt zo’n expedities soms wel mee; maar voor mijn eigen plezier, nooit!
7. De zondagmorgen in bed; ontbijten, zelfs eten in bed, lezen, schrijven in bed – brieven schrijven, vroeger een intens plezier en een onbedwingbare behoefte, nu sterk aan het afnemen, - een beetje liggen denken ertussendoor: wat tante Tine ‘mediteren’ noemde, zij die maanden lang in bed verblijf hield.
8. Om de zoveel tijd een film: om het verhaal ervan, dus politiefilms vooral; bijna nooit een theater, zelfs niet van het onpretentieuze soort. De ‘kunst’, in dit alles, alleen te verdragen in de mate waarin ze ongemerkt is.
Dat ik ‘blasé’ ben, moet voor sommigen die deze lijst nagaan blijken uit een gesprek aan eerzucht: men kan dit alles tenslotte krijgen, ook met bescheiden middelen. De afwezigheid van ‘roes’ ook, of, waar iets van ‘roes’ is, alleen een zachte. Het ‘razende’, ‘ademloze’, ‘barbaarse’ waarop men schijnt te moeten spelen – me no frego! en in alle oprechtheid. E. DU PERRON, maart 1934. Blocnote klein formaat, Verzameld werk 2, 1955, 673-4.

Het menselijk bestaan [fragment]
uit: De schrijflui, hun zeden en gewoonten : momentopnamen uit dagboeken, brieven, memoires en interviews - Hans van Straten (samenst.)


____