In het algemeen kan zelfbestuur het behoud van burgerlijke vrijheden beter waarborgen dan andere regimes en als zodanig is het ook verdedigd door libertaire denkers. Maar er bestaat geen noodzakelijk verband tussen individuele vrijheid en democratisch bestuur. Het antwoord op de vraag ‘Wie regeert mij?’ is logisch gezien verschillend van het antwoord op de vraag ‘In hoeverre mengt de overheid zich in mijn zaken?’ In dit verschil is uiteindelijk de grote tegenstelling gelegen tussen de begrippen negatieve en positieve vrijheid. Want de ‘positieve’ zin van vrijheid wordt niet duidelijk als we de vraag ‘Wat mag ik doen of zijn?’ trachten te beantwoorden, maar wel als we vragen ‘Door wie word ik geregeerd?’ of ‘Wie zegt mij wat ik wel of niet moet zijn of doen?’ De samenhang tussen democratie en individuele vrijheid is veel oppervlakkiger dan veel pleitbezorgers van beide het hebben doen voorkomen. De wens om mijzelf te besturen of in elk geval deel te nemen aan het proces waardoor mijn leven wordt beheerst, wordt waarschijnlijk even diep gevoeld als de wens om een ruimte te hebben waar ik vrij kan handelen, en misschien is de laatste historisch gezien wel van oudere datum. Maar we wensen daarbij niet hetzelfde. Sterker nog, het verschil is zo groot, dat het uiteindelijk heeft geleid tot de grote botsing van ideologieën die onze wereld beheerst. Want het is deze ‘positieve’ opvatting van vrijheid, niet vrijheid van, maar vrijheid tot – tot het leiden van één voorgeschreven manier van leven – waarvan de aanhangers van de ‘negatieve’ opvatting beweren dat zij slechts een verleidelijke vermomming is van wrede tirannie.
vertaald door Tine Ausmauit:
Twee opvattingen van vrijheid - Isaiah Berlin

____