Volgens de in dit stuk gebruikte methode is conceptuele analyse cruciaal. Het heeft geen enkele zin een beroep te doen op theorieën als van Hobbes of Marx zonder nauwkeurige analyse van de door hen gebruikte begrippen en zonder een grondige kennis van hun specifieke universe of discourse.
Daarbij kan het echter niet blijven. Een tweede stap moet worden gezet. Een filosoof die bijvoorbeeld een theorie over de staat of over de vrijheid op de markt ontwikkelt, is niet alleen op conceptueel niveau bezig. Hij doet meer dan het opstellen van definities en het bedenken van nieuwe conceptuele netwerken. Hij is ook verwikkeld in een leerproces, waarbij hij op zoek is naar oplossingen in het voetspoor van voorbeelden, die voor hem relevant geworden zijn. Deze exemplarische situaties vormen als het ware zijn kentheoretische onbewuste en worden meestal niet met zo veel woorden in zijn werk gepresenteerd. De voor filosofen kardinale voorbeelden zijn maar ten dele zichtbaar in het filosofisch landschap. Hun invloed echter is enorm en zij zijn medeverantwoordelijk voor de structuur van het panorama dat het leerboek van de geschiedenis der wijsbegeerte ons aanbiedt.
Dat dergelijke exemplarische situaties onderling sterk van elkaar kunnen verschillen, is uit het voorgaande voldoende gebleken. Marktautonomie is iets heel anders dan meester-knechtautonomie. Beide paradigma’s behandelen dingen die zo verschillend zijn, dat men ze zelfs op tal van punten moeilijk met elkaar kan vergelijken. Een theorie over autonomie die up-to-date wil zijn, zal er in mijn ogen goed aan doen niet exclusief voor één van de twee te kiezen. Beide kunnen slechts een relatief belang hebben voor de sociaal filosoof van vandaag die noch in de markt noch in de staat voldoende garanties kan vinden voor de menselijke vrijheid.
Exemplarische bronnen van het westerse autonomiebegrip [fragment]
uit: Onbehagen in de filosofie : essays - Lolle Nauta

____