‘Hij zat weer boven op zijn zolderkamer die domme vliegers in mekaar te plakken. Dat ge zoiets deed als ge veertien jaar waart, tot daaraan toe, maar een volwassen man van negenenvijftig jaar!’
Rachel Vlieghe, vijftig, stak, razend op heel het leven dat zij tot nog toe had moeten leiden, haar hoofd in het trapgat. ‘Gilbert! Over een kwartier eten! Ik zeg het maar één keer!’ Ze mepte de deur weer dicht. ‘Hij was verwittigd.’
De winkelbel rinkelde. ‘Altijd als ze aan haar eten bezig was of als ze juist twee seconden op haar gat zat!’ Rachel knoopte snel haar schort los en liep met zùlk een glimlach de kleine winkelruimte in. Alles baadde er in sepiakleurig licht. Het rook er naar Wervikse grove snee, drop en sperziebonen. Voor de toonbank stond een man met een zwartlederen hoed in de handen geklemd. ‘Dag Rachel.’
‘Dat Victor. Twee Armada’s?’
‘Ja, als het gaat.’
‘Waarvan zou het niet gaan?’
‘Allez, ze zeggen dat zo.’
Rachel deed een greep in een rek vol tabakswaren. ‘Hoe is het ondertussen met Micheline gesteld?’
‘Beter. Ze kan weer min of meer zelf de trappen op.’
‘Allez, dat is goed nieuws. Honderdzesenveertig, Victor.’
De klant betaalde, zette zijn glimmende hoed op en liep naar de deur. Rachel was al onderweg naar haar woonkamer-keuken. ‘Doe haar mijn complimenten.’
‘Het zal zeker niet mankeren.’ De klant verliet Rachels tabakswinkel.
‘Dommekloot. Tegen zijn eigen vrouw haar benen rijden. Ge hadt toch nogal koppels.’
Een graag geziene gast [fragment]
uit: Vrijdag Visdag : verhalen - Luc Boudens

____