Een Rothko is bijna altijd mooi. Toch zul je weinig mensen treffen die Rothko’s schoonheid echt opgewekt stemt. Het feit dat er vrolijke kleuren aan te pas komen kan daar niets aan veranderen. Over het algemeen is het een zeer ernstige schoonheid, gespannen en bedwongen. Bepaald anders dan die van de onschuld, die harten steelt omdat het leven er zijn gif nog niet in heeft gemengd. Of die van verleiding, die doet alsof de tijd in een mens nooit verstrijken zal. Rothko’s vrolijke kleuren kunnen bitter smaken, en van vergaan juist een punt maken. Dat leidt tot behoedzaamheid. Je moet eerst maar eens peilen wat hier aan de hand is voor je roept: ‘O wat mooi!’ Het is, alsof je een kerk betreedt, bepaald ongepast om al te enthousiast of uitgelaten te doen. De stemsterkte daalt, de toegangskaart heet deemoed.
Onverdeeld Rothko [fragment]
uit:
De berg van Cézanne : kijken naar kunst - Jurriaan Benschop

____