hoe de dromen van de voorbijgangers
ook de onze zijn: riffen, eilandjes,
dijken, onsamenhangende feiten zonder vasteland,
in een duizelingwekkende rist schokken,
in uitpuilende ogen,
eindeloze geeuwen,
plein voor het puin,
lanen van het licht,
buurt van de goede hoop,
huis vol gekken en gelukzaligen:
mijn fonkelende stad,
de zuidster wil maar niet verschijnen.
vertaald door Stefaan van den Bremt
Het is de stoel niet noch de herinnering [fragment]
uit: Een stad voor José María : gedichten - José Luis Sierra

____