vrijdag 11 juni 2010

y = 0,243x – 402,12

De toename van de levensverwachting is inderdaad spectaculair, daar twijfelt niemand aan. En de toename is ook verbijsterend gestaag: als we steeds de cijfers van de landen met de hoogste levensverwachting nemen, gaan we van 45 jaar in 1850 via 60 in 1900 en 70 in 1950 naar 85 jaar in 2000. Het is een schitterend eenvoudige formule: y = 0,243x – 402,12. Vul voor x het jaartal in, en de levensverwachting komt er als y uit rollen. In het jaar 2400 bijvoorbeeld zal de levensverwachting, volgens Oeppen en Vaupel althans, 181 jaar zijn. Tegen 3300 mogen vrouwen verwachten 400 jaar oud te worden.
De andere kant op is nog interessanter. In 1775 moet de maximale levensverwachting volgens de formule 30 jaar zijn geweest, in 1700 nog maar 11 jaar. En in 1665 werd zelfs de oudste bevolkingsgroep op aarde niet ouder dan 0 jaar.
Dat kan natuurlijk niet. De levensverwachting van mensen zal niet lager dan de leeftijd van geslachtsrijpheid zijn geweest, en waarschijnlijk ook niet negatief.
En als dat niet kan, is extrapolatie de andere kant op ook niet zomaar geldig. In 1948 liep Fanny Blankers-Koen de honderd meter in 11,5 seconden, in 1968 deed Wyomia Tyus er 11,0 seconden over en in 1988 Florence Griffith 10,5 seconden. Elke twintig jaar een halve seconde (alweer een eenvoudige formule: y = 60,2 – 0,025x), maar dat betekent niet dat vrouwen er in het jaar 2248 nog maar 4 seconden over doen en in 2408 meteen klaar zijn.

400 in 3300 [fragment]
uit: Zoete koek & speculatie : over de rafelranden van de wetenschap - Hans van Maanen


____