woensdag 21 juli 2010

Op de schaal van eer

En waarom niet, vraag ik u? Voor Rose Arnold Powell, die tien jaar lang campagne had gevoerd om Susan B. Anthony, de heldin van de lange kruistocht voor vrouwenkiesrecht, daar boven in het graniet te krijgen bij de vier presidenten, was het niet meer dan terecht en gepast, zolang Amerika zich in de wereld wilde voordoen als plek waar rechtvaardigheid en gelijkheid waarlijk werden nageleefd. En had ze niet allemaal uitgelegd aan Mrs Roosevelt, die zo goed was haar brieven netjes te lezen en te beantwoorden, niet als sommige anderen in Washington die beweerden voorvechters van de vrouwenzaak te zijn, maar die alleen reageerden met hooghartige glimlachjes en bedachtzaam hoofdschudden alsof ze niet goed snik was. Ze had geen aandacht aan hen geschonken. Ze vocht door en nam geen blad voor de mond, net zomin als Miss Anthony zelf zou hebben gedaan. ‘Ik protesteer er met heel mijn wezen tegen dat een vrouw wordt uitgesloten van de Mount Rushmore-groep van Grote Amerikanen,’ had ze de First Lady in 1934 geschreven. ‘Toekomstige generaties zullen vragen waarom zij uit het gedenkteken is weggelaten […] als deze grote blunder niet wordt rechtgezet. De Mount Rushmore Memorial Commission kan haar huidige plan aanpassen en haar toevoegen als de dankbaarheid van vrouwen als een vloed zal aanwassen en alle tegenwerpingen zal wegvagen.’
Toen ze in St. Paul werkte bij de belastingdienst, had ze plotseling bedacht dat ze belangrijker schulden te innen had dan inkomstenbelastingen. Het grondwetsamendement waardoor eindelijk het recht van vrouwen om te stemmen was erkend (zij zou nooit zeggen verleend) was nog maar tien jaar oud. Hoe konden Amerikanen – zowel mannen als vrouwen – niet vinden dat een groot nationaal monument de vrouw die de Amerikaanse democratie van haar zondige nalatenheid had gered zou moeten herdenken? Was Miss Anthony niet evenveel waard als Jefferson, die de democratie haar institutionele vorm had gegeven, of Lincoln, die de bevrijde negers binnen de muren van die democratie had gevoerd? Had zij niet net zo’n adelaarsneus, zo’n stoere kin, zo’n vastberaden uitdrukking en een minstens even briljante geest? Wat, de natuur had haar bijna ontworpen voor een stenen gedenkteken! Er werd gesproken over postzegels. Wat nou postzegels. Zij liet zich niet afschepen met postzegels; stukjes gegomd papier, gelikt en vergeten. Zij had niet zoiets prullerigs in gedachten, maar iets bergachtigs op de schaal van eer.

De vrouw op Mount Rushmore [fragment]
uit: Landschap en herinnering - Simon Schama


____