KALIAYEV: Ik zal geen zwak moment kennen – zeg wat je denkt.
DORA: Goed – de aanslag, het schavot, twee keer sterven, dat is niet het moeilijkste, dat breng je wel op. Maar die plaats in de voorste gelederen. [Ze zwijgt, kijkt hem aan, het is of ze aarzelt.] – Op die plaats zul je hem zien –
KALIAYEV: Wie?
DORA: De groothertog.
KALIAYEV: Nog geen seconde.
DORA: Een seconde zul je hem zien. O Yanek, realiseer je dit goed en wees gewaarschuwd! Een mens is een mens. Misschien heeft de groothertog vriendelijke ogen. Misschien zie je hem en krabt hij net aan zijn snor, of lacht hij vrolijk… Wie weet heeft hij ergens een schrammetje van het scheren – en als hij je op dat moment aankijkt…
KALIAYEV: Ik dood hèm niet, ik dood de onderdrukking.
DORA: Goed, goed. We moeten de onderdrukking doden. Ik maak de bom klaar en als het ontstekingsmechanisme verzegel, je weet wel, op het moeilijkste moment, als m’n zenuwen tot het uiterste gespannen zijn, zal ik me op de een of andere vreemde manier gelukkig voelen. Maar ik ken de groothertog niet en het zou lang zo gemakkelijk niet zijn als hij op dat moment voor me zou zitten. En jij, jij zult hem van dichtbij zien, van heel dichtbij…
KALIAYEV [heftig]: Ik zal hem niet zien.
DORA: Waarom niet? Doe je je ogen dicht?
KALIAYEV: Nee. Maar als God me helpt, komt de haat op het juiste moment en verblindt me.
Eerste bedrijf [fragment]
uit: De rechtvaardigen - Albert Camus

____