‘Mee eens. Volkomen mee eens. Het Netsjajevisme is een wijdverspreid idee in ons land; Netjajev zelf is er slechts de belichaming van. Het Netsjajevisme zal pas vernietigd zijn als de tijden zijn veranderd. Ons streven dient derhalve bescheidener en praktischer te zijn: om de verbreiding van dit idee te beperken en waar het zich al verbreid heeft, te voorkomen dat het wordt omgezet in daden.’
‘U begrijpt me nog niet. Het Netsjajevisme is geen idee. Het veracht ideeën, staat los van ideeën. Het is een geest, en Netsjajev zelf is er niet de belichaming maar de drager van; of beter gezegd, hij word erdoor bezeten.’
Maksimovs gelaatstuitdrukking is ondoorgrondelijk. Hij probeert het nog eens.
‘Toen ik Sergej Netsjajev in Genève voor het eerst zag, trof hij me als een onappetijtelijk, chagrijnig, intellectueel onbeduidend en volstrekt middelmatig jongmens. Ik denk niet dat die eerste indruk verkeerd was. In dit onwaarschijnlijke voertuig is echter een geest gevaren. Er is niets opmerkelijks aan die geest. Het is een botte, rancuneuze, moordlustige geest. Waarom heeft die juist deze jongeman als verblijfplaats gekozen? Ik weet het niet. Misschien omdat hij hem een gemakkelijke gastheer vindt om van uit te vliegen en in thuis te komen. Maar Netsjajev heeft volgelingen omdát die geest zich in hem bevindt. Ze volgen de geest, niet de man.’
‘En heeft hij die geest een naam, Fjodor Michaïlovitsj?’
Hij doet een poging zich Sergej Netsjajev voor te stellen, maar ziet alleen een ossekop met glazige ogen, slaphangende tong, de schedel opengekliefd door de slachtersbijl. Een kolkende zwerm vliegen er omheen. Er komt een naam in hem op en meteen spreekt hij die uit: ‘Baäl.’
vertaald door Frans van der Wiel
uit: De meester van Petersburg - J.M. Coetzee

____