woensdag 15 september 2010

Klein boek, zonder mij

Ovidius – wat, al weer Ovidius? Ja, beminde lezer, andermaal de latijnse dichter en erger: de titel van dit stukje is nog ontleend ook… - welnu dan, toen Ovidius het eerste boek van zijn in ballingschap geschreven verzen, Tristia, voltooid had, heeft hij zijn gedichten naar Rome gezonden, terwijl hij zelf, aangezien het oponthoud in de zonnige stad die hij zo lief had, hem door keizer Augustus was ontzegd, moest achterblijven: ‘klein boek, zonder mij – ik misgun het niet – zul je naar de stad vertrekken…’ Er volgt een beschrijving hoe de boeken er uit zien, die hij vanuit Tomi, dat ondraaglijke oord waarheen hij door de princeps was gerelegeerd, verstuurt: ‘en hij zond ze naar Rome, naar zijn vrouw, zijn dochter, een enkelen vriend, wiens naam hij niet vermelden mocht. Maar op de verzen, die hij naar Rome zond, schreef hij de titels niet rood met menie of cinnaber; hij schreef ze zwart; ook had hij geen cederolie om het perkament meê te wrijven, en hij liet de harige ruwheid aan het papier, en wilde die niet met een puimsteen effenen, uit een soort van weemoedige verteedering, om zijn verzen van treurigheid en melancholie niet op te sieren tot gepolijsten en bevalligen boekrol, maar hun een voorkomen van rouw te laten’ (Louis Couperus). Niet alleen de verzen brengen de gevoelens van de verbannen dichter naar voren, ook de vorm en de opmaak van het boek verlenen uitdrukking aan zijn droefenis. De boekrol zit – om mij die woorden te veroorloven – ‘in zak en as’. Dit gezegde dat, naar ik meen, op een oud Joods ritueel teruggaat, leidt tot de vraag wanneer voor het eerst het boek als een voorwerp met een eigen leven werd gezien en niet als vehikel slechts voor het vastleggen en overdragen van een samenstel van woorden.

Het boek als symbool (1) [fragment]
uit: Zeven kleine studies - Johan Polak


____